Wethouderschap voor Aboutaleb vanzelfsprekend de Volkskrant, 4 feb 2004
Janny Groen
 

De opvolger van Rob Oudkerk, Ahmed Aboutaleb, kwam op 16-jarige leeftijd uit Marokko naar Nederland. Hij begon aan een flitsende carrière. Als wethouder zal hij zich als kosmopoliet moeten manifesteren. 'Hij kan vertrouwen herstellen in witte politiek' Buitengewoon ambitieus, bloedserieus, een tikkeltje arrogant en de vleesgeworden polderallochtoon: dat zijn de eigenschappen die het vaakst worden genoemd door mensen die de afgelopen jaren met Ahmed Aboutaleb (42) hebben samengewerkt. Het Amsterdamse wethouderschap - vandaag stemt de raad over de voordracht van de PvdA-fractie - lag als vanzelfsprekend op zijn weg. Dat 'de ongekroonde allochtonenkoning', die op 16-jarige leeftijd vanuit een Marokkaans Rif-dorpje naar een Haagse achterstandswijk verhuisde, in Nederland een flitsende carrière aan het opbouwen is, verbaast niemand. Blinde ambitie toonde Aboutaleb al vroeg. Op 17 oktober 1976 kwam hij, samen met zijn ongeletterde moeder en broers en zussen, op Schiphol aan. Het was miezerig koud. De familie kocht jassen, Ahmed een boekje om Nederlands te leren. Hij leerde fietsen, volgde vrijwilligers die in buurthuizen taalles gaven en vergrootte zo op eigen kracht zijn Nederlandse vocabulair. Hij knokte zich de Nederlandse samenleving binnen, via lts en hts, een baan als verslaggever bij RTL4, voorlichter van minister Hedy d'Ancona van WVC naar (in 1998) het directeurschap van het multiculturele instituut Forum en (sinds zomer 2002) van MEC (Maatschappelijke, Economische en Culturele Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam).

In het grimmiger klimaat werd zijn spagaat tussen behoud van eigen identiteit en identificatie met de Nederlandse samenleving lastiger. Jonge Marokkanen, vooral sympathisanten van de AEL, noemden hem een 'bounty', zwart van buiten, wit van binnen. Hij was 'een professionele opportunist' die de witte machthebbers naar de mond sprak. Andere critici, onder wie voorzitter Abdou Menebhi van de Amsterdamse Stedelijke Marokkaanse Raad, veroordeelden zijn stevige banden met de Marokkaanse regering. Op voorspraak van koning Mohammed VI werd Aboutaleb in 2000 benoemd tot lid van de Marokkaanse adviesraad voor planning en nationale ontwikkeling, vergelijkbaar met de Sociaal Economische Raad in Nederland.

'Hij heeft twee petten op. Je kunt niet het belang van de Marokkaanse regering verdedigen en verantwoordelijkheid dragen voor de integratie van Nederland', fulmineerde Menebhi . Nu oordeelt Menebhi milder. 'Ik zou hem adviseren dat adviseurschap op te geven.' Blijdschap over Aboutalebs wethouderschap overheerst. Menebhi: 'Eindelijk is een kut-Marokkaan positief in het nieuws. Veel Marokkanen hebben geen vertrouwen meer in de witte politiek. Dat vertrouwen kan Aboutaleb, een echte bruggenbouwer, herstellen.'

Veel mensen in Aboutalebs omgeving verkeren in de veronderstelling dat hij de Marokkaanse regering nog altijd actief adviseert, blijkt uit een belronde. Zo raadt Hedy d'Ancona, die hem schetst als een integer leider die 'zijn dossiers goed kent, nauwgezet is en heel studieus', de nieuwe wethouder aan 'een dergelijk politiek beladen nevenfunctie' op te geven. Dat het Marokkaans adviseurschap nog steeds aan hem kleeft, ergert Aboutaleb. 'Het was een klus van welgeteld drie dagen. In Marokko bekleed ik al jaren geen enkele adviseursfunctie meer.'

Zal wethouder Aboutaleb boven zijn Marokkaanse achtergrond uitstijgen en, zoals een Amsterdams wethouder betaamt, zich als een kosmopoliet manifesteren? Zowel zijn critici als zijn sympathisanten geven hem vooralsnog het voordeel van de twijfel.