
Inhoudsopgave 2
Leeswijzer 3
Inleiding 4
1
Hoofdlijnen 5
2 Inhoudelijke en financiële
effecten per maatregel 9
3 Financiële
effecten per programma 27
Bijlage 1 Administratieve verwerking
van de begrotingswijzigingen 32
Bijlage 2 Moties en Amendementen 37
Bijlage 3 Bezuinigingsmonitor 38
De opzet van deze rapportage is op hoofdlijnen als volgt:
Hoofdstuk 1 geeft het overzicht van de meerjarige besparingsopgave en de
uitwerking daarvan voor 2013.
In hoofdstuk 2 is zijn de inhoudelijke uitwerkingen en financiële
effecten per maatregel opgenomen.
Vervolgens zijn in hoofdstuk 3 de financiële effecten van de maatregelen
per programma opgenomen.
In de bijlagen is o.a. de uitwerking op detailniveau opgenomen die tot
de uiteindelijke aanpassing van de Begroting 2013 leidt.
Opmerking: In deze rapportage
staan verschillende tabellen. De cijfers hierin kunnen door
afrondingsverschillen op totaalniveau afwijken.
Met de maatregelen van 1 stad 1 opgave (1s1o) moet de stad de
noodzakelijke besparingen voor 2013, 2014 en 2015 invullen. De verwerking van
besparingen voor 2013 in de 1e begrotingswijziging 2013[1] was in de tijd niet
mogelijk en daarom worden hier de extracomptabele (buiten de begroting om)
begrotingswijzigingen gepresenteerd.
Hierbij informeert het college de raad over de financiële uitwerking van
de 17 maatregelen van 1 stad 1 opgave in de programmabegroting. Met deze
‘extracomptabele begrotingswijziging 1 stad 1 opgave 2013’ wordt de stelpost
van € 18,95 miljoen in de Begroting 2013 van de Centrale Stad ingevuld met
inhoudelijke maatregelen in 2013.
Voor de verdere implementatie van de maatregelen in 2013, is
besluitvorming door de Raad over de toewijzing van de besparingen op het niveau
van programma in de Begroting 2013, een vereiste. Daarom wordt dit besluit u
hierbij, aanvullend op de P&C-cyclus, aangeboden. De gevolgen van dit
besluit worden administratief verwerkt in de 4maandsrapportage waarover de Raad
besluit op 3 juli 2013.
Deze ‘extracomptabele begrotingswijziging 1 stad 1 opgave 2013’ is een
raadsbesluit met budgettaire consequenties en heeft daarmee een grondslag in de
Gemeentewet art 192.
Bij de Kadernota 2013 is besloten tot de gezamenlijke besparing voor de
Centrale stad en stadsdelen van € 120 miljoen structureel, verdeeld over 2013,
2014 en 2015 in het ritme van 25%, 50% en 25%. Bij de Begroting 2013 is de
opgave vastgesteld[2] op € 121 miljoen. Voor
2013 is de verdeling tussen stad en stadsdelen vastgesteld op 60% voor de
centrale stad en 40% voor de stadsdelen. Voor 2014 en verder is nog niet tot
een verdeling besloten.
|
Tabel 1: Opgave 1 stad 1
opgave |
|
|
|
|
|
|
|
* € 1 miljoen |
2013 |
2014 |
2015 |
Totaal |
|
1 |
Aandeel
Centrale stad |
19 |
|
|
19 |
|
2 |
Aandeel
Stadsdelen |
12 |
|
|
12 |
|
3 |
Nog
niet nader toebedeeld |
- |
60 |
30 |
90 |
|
|
Totaal
Structurele besparingen |
31 |
60 |
30 |
121 |
De besparingsopdracht voor de Centrale stad in 2013 is € 19 miljoen en
voor de stadsdelen € 12 miljoen. Dit besluit gaat alleen in op de toedeling van
het aandeel van de Centrale stad.
De besparing bij de stadsdelen wordt in 2013 direct gerealiseerd door het
geheel aan stadsdeelfondsuitkeringen met € 12 miljoen te korten. Dit is door de
raad al in de Begroting 2013 besloten. De € 12 miljoen is aan de stadsdelen
toebedeeld naar rato van de individuele stadsdeelfondsuitkering (zie tabel 2). Stadsdelen
gaan verschillend om met de opgave in die zin dat enkele stadsdelen al concrete
begrotingswijzigingen hebben opgenomen terwijl andere stadsdelen weer geheel of
gedeeltelijk werken met stelposten. De deelraden van de stadsdelen zullen op
voorspraak van de Dagelijks Besturen ieder voor zich besluiten over de verdere
toedeling van de besparing en hoe deze in hun specifieke begrotingen neerslaan
|
Tabel 2: Toedeling stadsdelen tranche 2013 1s1o |
|
|
Stadsdeel |
Bedrag |
|
Centrum |
€ 1.241.746 |
|
West |
€ 1.914.093 |
|
Nieuw West |
€ 2.249.793 |
|
Zuid |
€ 1.921.171 |
|
Oost |
€ 1.800.821 |
|
Noord |
€ 1.448.558 |
|
Zuidoost |
€ 1.423.818 |
De definitieve invulling van de besparing in 2013 voor de Centrale stad is
bepaald in de uitwerking van de 17 maatregelen. De onderstaande tabel
presenteert de besparing voor 2013 per maatregel en verdeeld naar stad en
stadsdelen.
|
Tabel 3: Opbrengst per maatregel en verdeling stad - stadsdelen |
|||
|
Opbrengst maatregelen 1s1o
2013 Bedragen x € 1 miljoen |
* € 1 miljoen Centrale stad |
* € 1 miljoen Stadsdelen |
* € 1 miljoen Totaal |
|
Maatregel (nr en omschrijving) |
|
|
|
|
1+4 Sociaal domein |
2,6 |
1,8 |
4,4 |
|
2 Subsidies |
0,3 |
0,2 |
0,5 |
|
3 Schuldhulpverlening |
0,3 |
0,2 |
0,5 |
|
5+6 Fysiek domein |
3,8 |
2,5 |
6,3 |
|
7+8 Standaardisering
openbare ruimte |
1,1 |
1,9 |
3 |
|
9 Afval* |
0,9 |
* |
0,9 |
|
10 Parkeren |
7,6 |
2,2 |
9,8 |
|
11 Fysiek Deelnemingen |
2,7 |
- |
2,7 |
|
12 Dienstverlening |
- |
- |
0 |
|
13 Personeel |
1,7 |
1,3 |
3 |
|
14 Inkoop overig |
1,2 |
0,8 |
2 |
|
15 Huisvesting |
- |
- |
0 |
|
16 Toezicht en handhaving |
0,6 |
0,7 |
1,2 |
|
17 Bestuur en
ondersteuning |
- |
0,2 |
0,2 |
|
Totale opbrengst maatregelen |
22,8 |
11,8 |
34,6 |
|
Risicomarge -/- |
3,8 |
- |
3,8 |
|
Totale besparing in begroting 2013 |
19,0 |
11,8 |
30,8 |
De in de tabel gepresenteerde toedeling van de 2013 besparingen is
incidenteel. Dit moet omdat de vastgestelde verhouding van de besparing van
60/40 over stad en stadsdelen zich niet in de praktijk laat vertalen naar
corresponderende maatregelen. Bovendien wordt over de structurele invulling van
de verdeling van de taken en bevoegdheden tussen stad en stadsdelen, en dus ook
de daarbij behorende budgetten, pas in maart 2013 besloten. Dit heeft tot
gevolg dat de structurele besparingen pas in 2014 in de begroting kunnen worden
opgenomen. Het directe gevolg is dat de structurele opgave voor 2014 wordt opgehoogd
met de structurele opgave 2013. Dit sluit aan op de herziening van de financiële ramings- en bekostigingsfuntie die
voorzien is voor 2014. Met die herziening van de verdeling van taken en
budgetten is het uitstellen van de doorvoering van de structurele besparing op
dit detailniveau gerechtvaardigd.
In de Kadernota 2014 zal de invulling van de
structurele besparingen voor zowel 2013 als 2014 en verder, haar beslag
krijgen. Daarvoor worden door de desbetreffende wethouders en portefeuillehouders
nu maatregelen genomen.
Risicomarge besparingen
Zoals de tabel laat zien leidt het totale pakket aan voorgestelde
besparingen tot een hogere besparing (€ 22,8 miljoen) dan de besloten besparing
van € 19 miljoen in de Begroting 2013. Dit komt omdat enkele maatregelen een
fors hoger en haalbaar besparingspotentieel laten zien voor 2013 zoals de
maatregel Parkeren. Anderzijds zijn de uitwerkingen van enkele maatregelen nog
te veel in een beginstadium waardoor het verstandig is om de realisatie van de
besparingen met enig risico te omkleden.
Om die reden wordt voorgesteld, om de ‘overdaad’ aan besparingen van €
3,8 miljoen te verwerken als een risico-opslag, en deze in 2013 geoormerkt toe
te voegen aan de reserve frictiekosten. De extra besparingen dienen als
risicomarge voor de realisatie van de besparingen in 2013, en tellen in 2014
vervolgens mee met de dan te leveren besparingen.
Met dit besluit wordt de besparing in de begroting toegewezen op het
niveau van programma’s en doelstellingen. Met deze uitwerking wordt voor 2013
een definitieve invulling gegeven aan de stelpost in de Begroting 2013,
programma Algemene Dekkingsmiddelen, van € 19 miljoen.
De verwerking van de maatregelen in de programmabegroting gaat leiden
tot aanpassingen in programmabudgetten. In de onderstaande tabel worden de
financiële afwijkingen en het effect op het saldo per programma inzichtelijk
gemaakt.
Per programma is zichtbaar hoe de begrote baten en lasten veranderen.
Ook worden de aanpassingen op de begrote dotaties (=toevoegingen) en
onttrekkingen aan de reserves inzichtelijk gemaakt. In de laatste kolom (grijs
gearceerd) is per programma het saldo te zien. Een bedrag met een min-teken in
deze kolom betekent een positief effect.
Tabel 4: effect van de maatregelen op programma’s
|
Begrotingswijziging 1s1o Bedragen x € 1 miljoen |
Wijziging lasten |
Wijziging baten |
Reserve dotaties |
Reserve onttrek-kingen |
Begrotings saldo 2012 - = voordeel |
|
Wijzigingen met een saldo op de algemene middelen: |
(a) |
(b) |
(c) |
(d) |
=a-b+c-d |
|
Openbare Orde en
Veiligheid |
-0,5 |
0,3 |
|
|
-0,8 |
|
Werk en Inkomen |
-0,3 |
|
|
|
-0,3 |
|
Zorg |
-0,4 |
|
|
|
-0,4 |
|
Educatie & Jeugd en Diversiteit |
-1,2 |
|
|
|
-1,2 |
|
Verkeer en Infrastructuur |
-1,2 |
7,6 |
|
|
-8,8 |
|
Openbare Ruimte, Groen,
Sport en Recreatie |
-0,3 |
|
|
|
-0,3 |
|
Cultuur en Monumenten |
-0,1 |
|
|
|
-0,1 |
|
Milieu en Water |
-0,2 |
0,0 |
|
0,6 |
-0,8 |
|
Economie en Haven |
-0,6 |
0,8 |
|
|
-1,4 |
|
Facilitair en Bedrijven |
-1,4 |
0,8 |
|
|
-2,1 |
|
Stedelijke Ontwikkeling |
- 0,0 |
0,5 |
|
|
-0,5 |
|
Bestuur en Concern |
-0,2 |
|
|
|
-0,2 |
|
Dienstverlening |
-0,1 |
|
|
|
-0,1 |
|
Algemene Dekkingsmiddelen |
-5,8 |
0,1 |
|
|
-5,7 |
|
Totale opbrengst besparingen 2013 |
12,3 |
9,9 |
0 |
0,6 |
-22,8 |
|
Dotatie risicomarge |
0 |
0 |
3,8 |
0 |
3,8 |
|
Totaal tranche 2013 |
12,3 |
9,9 |
3,8 |
0,6 |
-19,0 |
Effect van maatregelen op de
programma’s
De inhoudelijke toelichting op de maatregelen is in hoofdstuk 2
opgenomen. In hoofdstuk 3 is weergegeven welke maatregelen neer slaan in welke
programma’s. Alleen uitzonderingen zijn in hoofdstuk 3 nader toegelicht.
Administratieve verwerking
In bijlage 1 is de administratieve verwerking van de begrotingswijziging
opgenomen. Hierin worden, op het niveau van begrotingsvolgnummer, de financiële
mutaties inzichtelijk gemaakt. Bij goedkeuring door de raad van de
begrotingswijziging, wordt ook de administratieve verwerking op
begrotingsvolgnummer vastgesteld.
Bij de Kadernota 2013 is tot een frictiekostenbudget besloten voor de
implementatie van de maatregelen. Het budget komt tot stand door het niet
compenseren van de gemeentelijke onderdelen voor loon- en prijsbijstellingen in
2013. De middelen die hierdoor vrijkomen (ook in 2014), zowel die voor centrale
stad als voor stadsdelen, zijn beschikbaar voor ‘frictiekosten 1 Stad 1 Opgave’
We gaan prudent om met de toewijzing van frictiekosten. De trekkers die
de maatregelen uitwerken moeten de kosten die zij maken zoveel als mogelijk in
de eigen maatregel opvangen. Voor een aantal maatregelen zijn in 2013
frictiekosten geraamd. Deze middelen worden vooralsnog op basis van realisatie
van de structurele besparing en de werkelijke realisatie van de kosten
toegewezen bij de Jaarrekening 2013. De prognoses hiervan ontvangt de raad bij
de 8-maandsrapportage 2013.
|
Tabel 5: Raming
frictiekosten 1 stad 1 opgave |
|
|
|
|
|
|
|
* € 1 miljoen |
2013 |
2014 |
2015 |
Totaal |
|
1 |
Beschikbare
frictiekosten Centrale stad |
16,0 |
31,5 |
0,0 |
47,5 |
|
2 |
Beschikbare
frictiekosten Stadsdelen |
10,7 |
21,0 |
0,0 |
31,7 |
|
3 = 1+2 |
Totaal
Beschikbare frictiekosten |
26,7 |
52,5 |
0,0 |
79,2 |
|
4 |
Geraamde investerings- en
frictiekosten |
- 21,9 |
- 10,4 |
- 10,2 |
42,5 |
|
3-4 |
Totaal |
4,8 |
42,1 |
- 10,2 |
36,7 |
|
|
Cumulatie
totaal |
4,8 |
46,9 |
36,7 |
|
Met de aanneming van
de motie van raadsleden Van Drooge en Verburg (nr 928) is door de Raad gevraagd
om een integrale monitor om de voortgang in realisatie van de bezuinigingen te
kunnen volgen. In bijlage 4 presenteren wij u de opzet en vorm van de monitor,
zoals wij die u elke vier maanden willen aanbieden (als onderdeel van de
reguliere P&C-producten). Over de ombuigingsoperaties Inzet op Herstel 1,
Inzet op Herstel 2 en 1 Stad 1 Opgave wordt per maatregel gerapporteerd. De
eerste twee operaties betreffen alleen ombuigingen van de centrale stad, 1 Stad
1 Opgave betreft ombuigingen voor zowel centrale stad als stadsdelen.
De aanbevelingen van
de Rekenkamer uit hun in november 2012 verschenen rapport naar de voortgang van
de bezuinigingen in de stadsdelen, Bezuinigingen:
Stadsdelen Amsterdam 2011-2014, zijn overgenomen.
De monitor volgt de
indeling van de programmabegroting. De
eerste 2 programma’s, OOV en Werk en Inkomen,
zijn nader uitgewerkt. De monitor is (deels) gevuld met fictieve cijfers.
Er kunnen daarom uit bijlage 4 geen
conclusies over de voortgang van de realisatie van ombuigingen uit
getrokken worden. Het is nu alleen bedoeld om de raad kennis te laten nemen van
de opzet van de monitor. Bij de 4-maandsrapportage wordt een volledig ingevulde
monitor, inclusief het onderdeel 1 Stad 1 Opgave, aan de raad
aangeboden.
In hoofdstuk 2 wordt bij de uitwerking van de maatregelen ingegaan op de
relevante moties en amendementen. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van
de moties en amendementen over 1s1o die zijn aangenomen bij de Kadernota 2013
en de Begroting 2013.
In dit hoofdstuk zijn de veranderingen en opbrengsten per maatregel
nader toegelicht.
|
Besparing |
a. besparing in 2013: €
4,4 miljoen b. verdeelsleutel 2013: 25% en 60/40%
stad/stadsdelen c. totaal te besparen bedrag bestuursopdracht: €
17,5 miljoen |
||||||||||||||||||||||||
|
1.Wat is de kern van de verandering? |
In
het sociaal domein verhogen we de
prestaties, versnellen we de uitvoering en verlagen we de kosten. Het doel
van ons werk is om de kwaliteit van publieke voorzieningen te garanderen, te
zorgen voor werk en activering en de eigen kracht te versterken. We werken
daarbij vanuit de volgende zes principes:
I. Verbindend werken op
verschillende niveaus
II.
Dragende samenleving als uitgangspunt
III.
Harmoniseren wijkindeling en informatie
IV.
Consequent en samenhangend organiseren eerste en tweede lijn
V. Gezamenlijk beleid
ontwikkelen
VI.
Bundelen van ondersteunende functies Daarnaast
worden de taken gelegd bij díe instantie die deze het best kan uitvoeren
(dienst, stadsdeel of externe partij zoals schoolbestuur). Zo doen we niet
meer op twee of meer plekken hetzelfde, en maken we efficiënter gebruik van
de beschikbare capaciteit. |
||||||||||||||||||||||||
|
2. Wat gaan we doen? |
a.
Onderwijsbeleid: Stadsdelen sturen niet meer op stadsdeeloverstijgende
schoolbesturen De centrale stad maakt op hoofdlijnen afspraken met
schoolbesturen waarna de stadsdelen per school uitvoeringsafspraken maken, de
uitvoering bewaken en rekenschapgesprekken voeren. Daarnaast komt er één
centrale beleidsafdeling Onderwijs die de stad ondersteunt met
onderwijszaken. Dit betekent dat medewerkers van lokaal overgaan naar
centraal. Vanuit die situatie gaan we krimpen. b.
Onderwijshuisvesting: De huisvestingstaken zullen vanuit één plek in
de stad georganiseerd worden. Dat doen we stapsgewijs. In het regeerakkoord
staat namelijk dat per 2015 het onderhoudsbudget voor schoolgebouwen uit het
gemeentefonds wordt gehaald, om het vervolgens aan schoolbesturen ter
beschikking te stellen. Met deze tussenstap blijft lokale verankering
gewaarborgd. Deze verandering brengt efficiency en zorgt ervoor dat taken
stevig zijn belegd. Aandacht is nodig voor de ‘eenpitters‘ onder de
schoolbesturen. c.
Consensusvoorzieningen: Deze voorzieningen worden aangeboden vanuit
een centrale organisatie. Dit levert eenduidigheid en efficiëntie op. Dit
betekent dat schooltuinen, schoolzwemmen en leerlingenvervoer anders wordt
georganiseerd en ingekocht. Differentiatie binnen de stad wordt behouden
doordat we sturen op risico/vraag per gebied. 2.
Kunst en Cultuur (OBA): De stadsdelen zijn geen accounthouder meer van
de OBA-dependances. Het accounthoudersschap gaat over naar de afdeling Kunst
en Cultuur van DMO. De stadsdelen blijven aangehaakt als het gaat om
bijvoorbeeld het spreidingsplan. 3.
Leerplicht: Leerplichtambtenaren krijgen niet meer van elk individueel
verzuim een melding maar gaan risicogestuurd handhaven. Dit levert met minder
capaciteit tenminste hetzelfde resultaat op bij de aanpak van schoolverzuim. 4.
Burgerschap en diversiteit: De regie op de uitvoering komt bij de
stadsdelen te liggen. De afdeling burgerschap en diversiteit bij DMO stelt
kaderstellend beleid op, verstrekt subsidies en beantwoordt vragen van de
raad en media. 5.
Ouder- en Kind Centra: Er is straks geen ondersteuningsunit voor de
OKC’s meer en de OKC-manager aan de kant van de stadsdelen verdwijnt.
Stadsdelen worden individueel opdrachtgever van de GGD. De stadsdelen blijven
samen investeren in een gemeenschappelijke website. De netwerkrol rond het
OKC blijft bij de stadsdelen. Taken van de ondersteuningsunit worden
teruggeheveld naar stad en stadsdelen. Voor
2014 en 2015 wordt naast de besparingen via de hiervoor genoemde gerichte maatregelen nog het volgende ingezet: a.
Sport: voor dit domein worden scenario’s uitgewerkt voor exploitatie en
beheer van de basissportvoorzieningen (gereed 1 maart). Dit moet een
besparing opleveren van € 1,5 mln. b.
Op basis van de benchmark (Berenschot) wordt een bezuiniging van € 10 mln.
(ca. 160 fte) gerealiseerd (gereed 1 maart). Uitgangspunt hierbij is de visie
“Innovatie en vernieuwing in het Sociaal Domein’. |
||||||||||||||||||||||||
|
3. Wat betekent dit
voor de formele verdeling van taken en bevoegdheden centrale stad en
stadsdelen? |
Voorstel: 1. Onderwijsbeleid + onderwijshuisvesting naar
A-lijst 2.
OBA accounthouderschap naar A-lijst |
||||||||||||||||||||||||
|
4. Wat zijn de maatschappelijk effecten? |
Het streven is om het de organisatie effectiever,
efficiënter en helderder te maken voor de Amsterdammer. Bij de implementatie
geven we daarom gericht aandacht aan het verschuiven van de verschillende
communicatiekanalen en netwerken tussen burgers, partners, stadsdeel en
centrale stad. |
||||||||||||||||||||||||
|
5.Wat levert het op en wat mag het kosten? |
2013: centrale stad € 2.650.400 en stadsdelen €
1.750.000. Geen aanspraak op frictiekosten. |
||||||||||||||||||||||||
|
6. Risico’s |
Veranderingen
door voeren volgens plan om vermindering capaciteit en andere wijze samen te
laten gaan. De complexiteit en druk is groot, mede in relatie tot de komende
drie decentralisaties. |
||||||||||||||||||||||||
|
7. Samenhang
met andere ontwikkelingen |
De drie decentralisaties
in het Sociaal Domein, met name de decentralisatie van de jeugdzorg. |
||||||||||||||||||||||||
|
8. Te betrekken moties en amendementen |
nvt |
|
Besparing |
a. besparing in 2013: €
0,5 miljoen b. verdeelsleutel in 2013: 25% en 60/40%
stad/stadsdelen c.
totaal te besparen bedrag bestuursopdracht: € 3,5 miljoen (inclusief de
taakstelling vanuit Inzet op Herstel 1 ad € 1,5 miljoen) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1.Wat is de kern van de verandering? |
De
kern is het weghalen van versnippering en dubbels, waardoor de
dienstverlening voor Amsterdammers wordt verbeterd en de uitvoeringslasten
worden verlaagd voor aanvragers en ontvangers van subsidie. Tegelijkertijd
regelen we dat de gemeente goed kan sturen op subsidies. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2. Wat gaan we doen? |
Er
komt één stedelijk subsidiebureau dat de beleidsafdelingen in stad en
stadsdelen op een professionele en klantgerichte wijze ondersteunt bij de
behandeling van subsidieaanvragen. De beleidsafdelingen ontwikkelen het
inhoudelijke (subsidie)beleid en sturen op inhoud. Zij zijn verantwoordelijk
voor het beleidsproces en het bereiken van de beleidsdoelstellingen
(doelmatigheid en doeltreffendheid). Het Subsidiebureau voert de financiële
en administratieve behandeling van subsidies uit, inclusief de financiële
beoordeling en controle en de juridische kant van de uitvoering (de
'technische' kant). Het Subsidiebureau treedt, vergelijkbaar met het huidige
Servicehuis Personeel (SHP), dus op als uitvoerder van het primaire proces en
heeft daarbij de ambitie zoveel mogelijk ondersteuning te bieden. Daarbij
wordt gewerkt met één subsidieverordening, één controleprotocol en één
subsidie ondersteuning informatiesysteem. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3. Wat betekent dit
voor de formele verdeling van taken en bevoegdheden centrale stad en
stadsdelen? |
Met de komst van het subsidiebureau verandert de
beleidsbevoegdheid van de stadsdelen en diensten niet. Wel dient gekeken te
worden of de juridische aspecten (maken van verordeningen, nadere regels) ter
ondersteuning van de beleidsrealisatie niet gecentraliseerd kan worden. Bij
de vormgeving van het nieuwe bestuurlijk stelsel dient hier wel rekening mee
te worden gehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
4. Wat zijn de maatschappelijk effecten? |
Met de komst van het stedelijk subsidiebureau
worden aanvragers beter geïnformeerd en krijgen ze één centraal
aanspreekpunt. Doordat er één Algemene Subsidieverordening voor heel
Amsterdam zal zijn, zijn de regels en procedures van een subsidieaanvraag zijn dan in de hele stad gelijk. De gemeente
maakt beter gebruik van informatie die al over aanvragers beschikbaar is en
burgers en instellingen kunnen digitaal subsidie aanvragen via DigiD en
E-herkenning. Regelgeving is eenduidiger en administratieve lasten worden
verlicht wat zowel voor zowel verstrekker als ontvanger leidt tot
besparingen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
5.Wat levert het op en wat mag het kosten? |
Om
de besparingen te realiseren houden we rekening met verwachte programmakosten
voor het jaar 2013. De continuering van het programma leidt tot een
toegestane afwijking van de begroting van € 495.000. Verder zal krediet
worden gevraagd voor het realiseren van een stedelijk subsidiesysteem en een
digitaal loket ad € 600.000. De frictiekosten worden vooralsnog geraamd op €
1,75 mln. Dit betreffen de kosten die samengaan met personeelsreductie:
boventalligheid en daarmee samenhangende talent- en mobiliteitsontwikkeling. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
6. Risico’s |
Deze
organisatorische verandering wordt gezien als “ingrijpend” aangezien meerdere
diensten en stadsdelen hierbij betrokken zijn. De doorlooptijd is minimaal 8
maanden. Een risico is dat, mede gezien de samenhang met andere
ontwikkelingen, de reorganisatie langer zal duren dan de geplande 8 maanden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
7. Samenhang
met andere ontwikkelingen |
Een
verandering zoals dit programma met zich mee brengt, staat niet op zich zelf.
Het succes van een goede implementatie is mede afhankelijk van ontwikkelingen
die gelijktijdig lopen. Trajecten kunnen zodanig met elkaar verbonden zijn,
dat de voortgang en realisatie onderling afhankelijk wordt. Het is dan ook
goed met de onderstaande ontwikkelingen rekening te houden: · Raakvlakken met het andere stedelijke projecten
waaronder Dienstverlening; · ICT ontwikkelingen; · Samenhang met de andere uitwerkingslijnen uit de
Kadernota, in het bijzonder de besparing op de beleids- en regiecapaciteit in
het sociale domein; · De invoering van het Amsterdam Financieel Systeem
(AFS) (koppeling met subsidiesysteem) en de planning van de implementatie
daarvan heeft effect op het tempo waarin de besparingen in het werkproces van
subsidies kunnen worden gerealiseerd. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
8. Te betrekken moties en amendementen |
n.v.t. |
|
Besparing |
a. besparing in 2013: €
0,5 miljoen (is 25 % van de uiteindelijke besparingsopgave) b. verdeelsleutel in 2013: 60/40% stad/stadsdelen c.
totaal te besparen bedrag bestuursopdracht t/m 2015: € 2,0 miljoen |
||||||||||
|
1.Wat is de kern van de verandering? |
De
kern van de verandering is tweeledig: 1.
We versterken het opdrachtgeverschap, we professionaliseren de inkoop en het
contractbeheer 2.
We versterken de keten/het herontwerp van de maatschappelijke
dienstverlening. |
||||||||||
|
2. Wat gaan we doen? |
1. Het versterken van het
opdrachtgeverschap, de professionalisering van inkoop en contractbeheer. Dit wordt
bereikt door: §
Resultaatsturing op basis van kritische prestatie-indicatoren
(succesratio, wachttijden, doorlooptijden) en afspraken over normering en
escalatie; §
Centrale of gemeenschappelijke inkoop/subsidies en
contractbeheer en decentraal opdrachtgeverschap, waarbij aangesloten wordt op
de bestaande infrastructuur van inkoop; §
Kwaliteitsborging: sturing op kwaliteit en bejegening voor
klantgerichte dienstverlening. Inzetten van een kwaliteitsconsulent als
onderdeel van het opdrachtgeverschap richting de maatschappelijke dienstverlenende
instelling (madi), deze voert o.a.
steekproefcontroles uit §
Verbeterde managementinformatie: maandelijkse rapportages op
basis van de afgesproken resultaten §
Actieve kennisdeling van stadsdelen over het aanbod zoals
innovatieve pilots en best practices; §
Geen opdeling in de maatschappelijke dienstverlening: Algemeen
Maatschappelijk Werk (waaronder ouderenwerk en thuisadministratie), Sociaal
raadslieden en Schuldhulpverlening vormen één dienstverleningspakket . Aangezien de relevante ambtelijke capaciteit bij de stadsdelen
en DWI beperkt is en er “bedrijfsmatige rust” nodig is voor de realisatie van
de besparingen, blijft de uitvoering van schuldhulpverlening vooralsnog bij
de madi’s. De veranderslag vindt met name plaats op de werkvloer
van deze instellingen. Daarom blijven we nauw samenwerken met de madi’s. In
2013 zal binnen de huidige taakverdeling en afspraken al gewerkt worden met
de optimalisering van het opdrachtgeverschap. 2. Versterking Keten/Herontwerp
maatschappelijke dienstverlening. Hierbij wordt begonnen met ontschotting binnen de verschillende
werksoorten van de madi’s met daarbij: §
Resultaatsturing §
Vraaggericht werken, verhoging van het rendement §
Slimmer werken in de keten, versterken integraliteit §
Investering in preventie §
Prioritering binnen de maatschappelijke dienstverlening §
Flankerende financiering organiseren §
Maximale inzet van Eigen Kracht en het optimaal gebruikmaken van ketenzorgarrangementen
Met de madi’s is een maatregelenplan gemaakt met een groot
aantal acties om efficiënter en effectiever te werken. De prioriteit ligt in
2013 bij de inzet van het ‘diagnose instrument klant’. Dit
screeningsinstrument is ontwikkeld voor burgers die zich aanmelden bij de
schuldhulpverlening. Doel van het instrument is dat de kans op succes met de
klant beter ingeschat wordt waardoor een passend hulpaanbod kan worden gedaan
waardoor uitval wordt verminderd en ongewenste vormen van herhaalde hulpvraag
worden uitgebannen. Op deze wijze kan snel en goed ingeschat worden welke
hulp de klant nodig heeft en wat de klant zelf goed aankan met zijn netwerk.
Daarnaast wordt in 2013 ingezet op de verbetering van werkprocessen rond
inkomensondersteunende maatregelen en investering in preventie. |
||||||||||
|
3. Wat betekent dit
voor de formele verdeling van taken en bevoegdheden centrale stad en
stadsdelen? |
Zoals
afgesproken in het herontwerp schuldhulpverlening blijft de taakverdeling in
2013 intact. |
||||||||||
|
4. Wat zijn de maatschappelijk effecten? |
Amsterdammers
met meervoudige problemen hebben vrijwel altijd schulden. Schuldhulpverlening
is daarmee een randvoorwaarde om met succes de hulpverlening op andere
leefgebieden in te zetten. De maatregelen hebben gevolgen voor het niveau en
de kwaliteit van de dienstverlening: §
Verbetering
van de integrale benadering van de klant §
Gelijkwaardig
niveau van kwaliteit van dienstverlening aan de klant en monitoring hiervan
door middel van een benchmark en sturing op resultaat §
Versterking
van zelfredzaamheid en daarbij versterking van het netwerk rond de klant. Voor
de uitvoering van de maatregelen wordt een beroep gedaan op de capaciteit van
het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW) en de Sociaal Raadslieden. Dit heeft
mogelijk tot gevolg dat er moet worden geprioriteerd, en dat er minder
capaciteit is voor andere taken van de maatschappelijke dienstverlening. |
||||||||||
|
5.Wat levert het op en wat mag het kosten? |
|
||||||||||
|
6. Risico’s |
De combinatie van veranderingen in werkwijze in verband met het
herontwerp schuldhulpverlening, 1s1o en de wet schuldhulpverlening vragen een
zorgvuldige planning en uitvoering. Dit mede vanwege ook vanwege de druk op
de schuldhulpverlening als gevolg van de crisis. Om deze reden is ook een
projectleider ingezet om de veranderopgave goed gestalte te geven. |
||||||||||
|
7. Samenhang
met andere ontwikkelingen |
Er is een samenhang met de herijking van het basispakket
maatschappelijke dienstverlening als onderdeel van de WMO basisvoorziening
die nu door stadsdelen en WZS worden beschreven. Het vervallen van de zorg
zwaarte pakketten (ZZP’s) 1 en 2 met verblijf is in deze ontwikkeling van
belang, kwetsbare mensen zullen hierdoor langer zelfstandig blijven wonen. - Samenhang met andere bezuinigingsopgaven 1S1O bewaken:
benchmark, beleidscapaciteit en subsidies. Deze opdrachten gaan gedeeltelijk
over hetzelfde domein. - M.b.t Samen Doen is een mogelijk risico dat het
besparingspotentieel net als bij schuldhulpverlening gezocht wordt in het
integraal werken en versterken van de eigen kracht en het eigen netwerk van
burgers. Afgesproken is dat Samen doen dit besparingspotentieel niet inboekt. |
||||||||||
|
8. Te betrekken moties en amendementen |
n.v.t. |
|
Besparing |
a. besparing in 2013: €
6,3 miljoen b. 25% in 2013 en 60/40% stad/stadsdelen c. totaal te besparen
bedrag: € 25,0 miljoen De
oorspronkelijke financiële opgave was € 18 miljoen in 2015. Door overheveling
van € 7 miljoen
uit maatregel 11 (benchmark fysiek) is het totaal verhoogd tot € 25 miljoen. |
||||||||||||||
|
1.Wat is de kern van de verandering? |
We richten de ruimtelijk economische sector opnieuw in met als
uitgangspunten: slimmer werken en het wegnemen van dubbelingen. Daarbij
hanteren we de volgende drie principes: 1) bundelen van nader te bepalen kennis en
expertise in gemeenschappelijke
expertisepools Vanuit de werkgebieden gaan gemeenschappelijke expertisepools
vraaggestuurd voor stad en stadsdelen werken. Deze pools kunnen flexibel
inspelen op de veranderende vraag
Integraliteit op lokaal niveau wordt gewaarborgd door de nabijheid van
medewerkers. Belangrijke
randvoorwaarden voor de pools zijn: onafhankelijkheid, geen gedwongen
winkelnering, in huis houden van strategische kennis en borging van de continuïteit en kwaliteit (vertrouwen
tussen bestuurder en ambtenaar) 2)
eenduidig eigenaarschap Het voornaamste knelpunt in de gebiedsontwikkeling vormt het
feit dat we veel dubbel doen. Eenduidig eigenaarschap wordt centraal gesteld.
Het motto is ‘alles 1 keer’: 1 bestuurlijk beslisser, 1 ambtelijk
opdrachtgever, 1 ambtelijk opdrachtnemer, 1 fonds en erfpachtbeheerder, 1
eenduidige opdracht. Er worden geen coalitieprojecten meer ingesteld en
bestaande coalitieprojecten worden aan 1 organisatieonderdeel overgedragen. 3)
de levenscyclusbenadering openbare ruimte (Total Cost of Ownership). Ook hier wordt eenduidig eigenaarschap centraal gesteld. Bij het
doen van een investering is de beheerder van het gebied bepalend voor de
wijze van investering en inrichting. De totale kosten voor aanschaf,
onderhoud, vernieuwing en sloop tijdens de gehele levensduur worden afgewogen
en op elkaar en de baten afgestemd. Door dit aan de voorkant te doen zijn
flinke besparingen mogelijk. |
||||||||||||||
|
2. Wat gaan we doen? |
Voor 1 maart 2013 worden de concrete voorstellen voor een
herinrichting van de Ruimtelijke Economische Sector aangeleverd. Deze
voorstellen zijn gebaseerd op de visie die we dan ook zullen presenteren. In
de voorstellen staat onder andere hoe de expertisepools tot stand komen en
welke gevolgen de besparingen voor 2014 en 2015 voor de organisatie hebben.
Ook doen we een voorstel voor de sturingsprincipes en
bekostigingssystematiek. Daarnaast laten
we zien hoe we de werkwijzen en eventueel de organisaties aan zullen passen
om burgers en ondernemers beter te bedienen. |
||||||||||||||
|
3. Wat betekent dit
voor de formele verdeling van taken en bevoegdheden centrale stad en
stadsdelen? |
De
verdeling van taken en bevoegdheden hangt voor een belangrijk deel af van de
organisatorische stappen, waarvan de uitwerkingen 1 maart 2013 worden
geleverd. |
||||||||||||||
|
4. Wat zijn de maatschappelijk effecten? |
Doel is
om met deze voorstellen te bereiken dat: §
Er
meer ruimte is voor eigen verantwoordelijkheid, particulier initiatief en
partnerschap, door het bieden van een eenduidig kader op de stedelijke
ontwikkeling, zodat men met vertrouwen en eigen verantwoordelijkheid
initiatieven kan nemen. §
De
reactiesnelheid van de gemeente groter wordt en burgers, ondernemers en
organisaties snelle en goede service krijgen. §
In
gelijke gevallen gelijke regels gelden en gelijk gehandeld wordt maar ook
maatwerk mogelijk is. §
Er
duidelijke aanspreekpunten zijn voor wie een beroep wil doen op de gemeente.
In essentie gaat het daarmee om op effectieve wijze kaders te geven en
richting te duiden en op efficiënte wijze bij te dragen aan het ontwikkelen
en beheren daarvan. |
||||||||||||||
|
5.Wat levert het op en wat mag het kosten? |
Besparingsopgave voor 2013: van de totale
besparingsopgave van € 25 miljoen moet € 6,25 miljoen worden gerealiseerd in 2013,
waarvan 40% door de stadsdelen en 60% door de centrale diensten. Stadsdelen
en diensten vullen zelf de besparingen in. Er is maximaal ingezet op een
structurele verwerking van de besparing in 2013. Uiteindelijk is 4,55 miljoen
structureel verwerkt. De rest incidenteel tot de beoogde € 6,25 miljoen.
Hiermee wordt de doelstelling formeel niet gehaald, maar hiermee wordt wel
voorkomen dat er medewerkers onnodig boventallig worden. We willen immers
maar 1 keer reorganiseren en geen 2x keer. |
||||||||||||||
|
6. Risico’s |
pm: zie 3 volgt 1 maart
2013 |
||||||||||||||
|
7. Samenhang
met andere ontwikkelingen |
- Met name samenhang met het sociale domein, gebiedsgericht werken en de gemeentebrede
organisatieveranderingen. Het wederzijds delen van noties over een slimmere
manier van werken, cultuur- en organisatieverandering krijgt alle aandacht. - Samenhang met opdracht 7+8: Beide deelopdrachten houden hun eigen inhoudelijke
taakstellingen. De financiële taakstelling van beide deelopdrachten wordt
vanwege de inhoudelijke overlap gebundeld. In de vervolgopdracht voor 1 maart
2013 wordt het onderdeel verkeer/vervoer/infra/openbare ruimte nader
uitgewerkt binnen deelopdracht 7 +8. Deelopdracht 7 +8 omvat daarmee zowel
het materiele aspect als het onderdeel personeel/organisatie. Het laatste
onderdeel moet aansluiten op de voorstellen voor de ruimtelijk economische
sector als geheel. - Het werkgebied leges/BWT is toegevoegd aan de
verdere uitwerking van deze opdracht. - Het onderdeel wijkaanpak/stedelijke vernieuwing
wordt belegd in opdracht 1+4 sociaal domein. |
||||||||||||||
|
8. Te betrekken moties en amendementen |
n.v.t. |
|
Besparing |
a. besparing in 2013: € 3 miljoen b. verdeelsleutel in 2013: de verdeling is
gebaseerd op werkelijke GWW uitgaven (verhouding € 1,1 miljoen en € 1,9
miljoen voor stad en stadsdelen). c. totaal te besparen bedrag bestuursopdracht: €
12 miljoen. De oorspronkelijke financiële opgave was
€ 11 miljoen. Door overheveling van € 0,95 miljoen uit Inzet op herstel 2 is
het totaal € 12 miljoen. |
||||||||||||
|
1.Wat is de kern van de verandering? |
Verandering naar professioneel koopmanschap GWW 1. Uit ervaringen bij o.a. Rijkswaterstaat, ProRail en de gemeente
Rotterdam blijkt dat inkoop niet los gezien kan worden van de rest van de
keten van het primair proces. Voor professioneel koopmanschap is een
gesystematiseerde en geïntegreerde aanpak over de hele keten nodig. 2.
Naast een geïntegreerde ketenaanpak is een andere
belangrijke verbetering het verminderen van de complexiteit van de omgeving. Dit kunnen we
doen door heldere en zakelijke afspraken te maken én te handhaven met
betrokkenen buiten de gemeente, zoals het GVB en kabel- en leidingbedrijven.
Bij het nemen van maatregelen om de omgeving te ontzien moeten we de
maatschappelijk baten hiervan afwegen tegen de meerkosten van die maatregelen
voor GWW-projecten. Professionalisering vereist een
langjarig verbetertraject met aanzienlijke kansen voor de korte termijn. Het
professionaliseren van de GWW-keten stelt grote eisen aan de ambtelijke
competenties en cultuur en vergt een ingrijpend en langjarig verandertraject
(8 tot 10 jaar). De baten van dit traject zijn waarschijnlijk groot, maar
moeilijk te kwantificeren. Randvoorwaarden Door
expertise te bundelen bouwen we specialistische kennis op en kunnen we meer
van elkaar leren. Een randvoorwaarde om de aanpak en werkwijzen goed te
borgen is, dat er stedelijke kaders nodig
zijn. Om deze kaders te ontwikkelen, verbeteren en af te dwingen is stedelijke regie met doorzettingsmacht nodig. Puccini Daarom zal de komende tijd worden gebruikt om de
huidige Puccinimethode van standaardmaterialen voor verhardingen te herijken
zodat volledige toepassing (op korte en langere termijn) binnen de huidige
budgettaire kaders mogelijk wordt. Daarbij worden in ieder geval de volgende
maatregelen onderzocht: 1.
Het
ontwikkelen van een soberder materialisering (met name gebruik van betonklinkers)
voor delen van de stad 2.
Het
reduceren van het oppervlak aan bijzondere plekken en maximeren van de
materiaaluitgaven voor bijzondere plekken. 3.
De
voorstellen moeten leiden tot een nieuw stadsbreed Puccinihandboek dat
bestuurlijk wordt vastgelegd en gehandhaafd. |
||||||||||||
|
2. Wat gaan we doen? |
In het kader van de voorliggende opdracht is gezocht naar
elementen die op redelijk korte termijn tot concrete besparingen kunnen
leiden. Dat is alleen mogelijk met een analyse op basis van feitelijke kosten
en areaalgegevens. Tot nu toe is dit alleen in detail onderzocht voor
verhardingen van de stadsdelen (met 28% de grootste kostenpost). Daarnaast
hebben we van de overige uitgaven in de GWW sector een globaal beeld gevormd. Voor 1 maart 2013 worden: 1. De volgende richtingen met een aanzienlijk
besparingspotentieel verder uitgewerkt en: a. Reduceren van het aantal herprofileringen b. Normeren van de materiaalkeuze van groen en verhardingen
(Puccini) op basis van kosten over de levenscyclus en inkoopbaarheid c. Bundelen van standaard contracten voor herstratingen d. Verder uitbesteden van onderhoudswerkzaamheden groen en
verhardingen e. Introduceren van financiële prikkels bij de keuze tussen
vernieuwing en hergebruik van openbare verlichting en verkeersregelinstallaties
2. Kansrijke besparingsvoorstellen over het resterende
deel van de GWW-uitgaven; de resterende 70% van de GWW uitgaven doorgelicht
en de meest kansrijke onderdelen wat betreft besparingen geanalyseerd. |
||||||||||||
|
3. Wat betekent dit
voor de formele verdeling van taken en bevoegdheden centrale stad en
stadsdelen? |
n.n.b. |
||||||||||||
|
4. Wat zijn de maatschappelijk effecten? |
Het professionaliseren van de
processen in de inkoop GWW betekent onder andere dat steeds een bewuste
afweging wordt gemaakt van alle kosten en baten, inclusief de
maatschappelijke effecten. De nadruk ligt daarbij op maatregelen die
effectief en kostenbesparend zijn. In
de volgende fase zullen concrete besparingsvoorstellen worden gepresenteerd
inclusief de concrete maatschappelijk effecten. Er wordt steeds vaker gekozen
voor onderhoud om vernieuwing uit te stellen. Dit leidt tot gemiddeld
kleinere ingrepen met minder overlast voor de omgeving. Door stedelijke kaders wordt inspraak door burgers op een hoger
abstractieniveau gevoerd. In plaats van de materialisering van tientallen
ontwerpen openbare ruimte zal het handboek Puccini ter inspraak worden
voorgelegd.
We leggen het handboek Puccini ter inspraak voor aan de Amsterdammers. Deze
stedelijke kaders scheppen ook duidelijkheid waarover en wanneer burgers
inspraak kunnen geven. Kiezen voor Puccini betekent een meer eenduidig
ingerichte openbare ruimte waardoor de basiskwaliteit beter wordt gewaarborgd
en er een coherenter beeld van de stad ontstaat. |
||||||||||||
|
5.Wat levert het op en wat mag het kosten? |
|
||||||||||||
|
6. Risico’s |
De
professionalisering van de GWW-sector stelt eisen aan de organisatie
(inclusief competenties en cultuur). Het risico bestaat dat de huidige
organisatie de slag naar professioneel koopmanschap niet tijdig kan maken. Om
dit risico te beheersen worden de volgende randvoorwaarden voor het
realiseren van de besparingen voorgesteld: · Stadsbrede toepassing van de principes van professioneel
koopmanschap (levenscyclusbenadering,
standaardiseren en systematiseren van werkwijzen); · Een inkoop regieorgaan met doorzettingsmacht
waarvan ten minste een inkoopraad en tenderboard
voor de GWW-sector onderdeel zijn. |
||||||||||||
|
7. Samenhang |
Een
ketenaanpak van de GWW-sector heeft veel raakvlakken met andere trajecten. De
belangrijkste aanpalende trajecten zijn: · Opdrachten 5 + 6: Met name samenhang in de
organisatiestructuur, werkwijzen en personele
besparingen; · De bestuursopdracht “De 10 wegen naar een
innovatiever aanbestedingsbeleid en professioneler
opdrachtgeverschap” uitgevoerd door Directie Juridische Zaken in opdracht van
de burgemeester. Deze opdracht moet tot aanbevelingen leiden die door
opdracht 7+8 zullen worden ingevuld voor de GWW-sector; · De Businesscase Asfalt uit “inzetten op herstel
2” (taakstelling € 0,95 mln): Deze taakstelling
is toegevoegd aan opdracht 7+8; · De Inkoopraad en Tenderboard dIVV zijn ingesteld
in opdracht van de directie dIVV: De stadsbrede inkoopraad en Tenderboard voor
de GWW-sector zullen in samenhang met deze organen worden ontwikkeld; · Contractregistratie Concern Inkoop: Bij het
contractbeheer voor de GWW-sector wordt volledig
aangesloten bij dit traject; · Contracten-academie OGA, dIVV, IBA en opleiding
Opdrachtgeverschap Rijksprojectenacademie
i.s.m. G4: Dit zal worden meegenomen bij opdracht 7+8. |
||||||||||||
|
8. Te betrekken moties en amendementen |
De
volgende vier moties en amendementen worden, voor zover mogelijk, meegenomen
bij het opstellen van concrete besparingsvoorstellen voor besluitvorming. · Motie 325 over het opstellen van een blauwdruk
van de gemeentelijke organisatie (randvoorwaarden
voor de organisatie van de Ruimtelijke sector vanuit inkoop worden opgesteld); · Motie 387 over het voorkomen van gedwongen
ontslagen; · Motie 410 over diversiteit van het gemeentelijk
apparaat als uitgangspunt bij het personeelsbeleid; · Motie 436 over de uitvoering van de maatregelen
binnen de kaders van het huidig bestuurlijk
stelsel. |
|
Besparing |
a. besparing in 2013: € 0,9 miljoen b.
verdeelsleutel in 2013: 25% en 60/40% stad/stadsdelen c.
totaal te besparen bedrag bestuursopdracht: € 4,9 miljoen |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1.Wat is de kern
van de verandering? |
§
We gaan zorgen voor meer scheiding van
textiel en papier en bevorderen het hergebruik van ongesorteerd afval. §
Ook verbeteren we de logistiek van het
huishoudelijk afval naar de Afval Energie Centrale. §
Als laatste gaan we uniformer en
consistenter controleren op het reinigingsrecht. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2. Wat gaan we
doen? |
§
In stadsdelen waar sprake is van geen of
een aflopend contract, willen we met
textielinzamelaars komen tot een gezamenlijke inzameling van textiel
door stadsdelen en AEB. Daarnaast gaan we de bewoners motiveren om nog meer
papier apart in te zamelen, door het plaatsen van extra papiercontainers in
combinatie met de juiste communicatie. Ook stellen we voor om te investeren
in een sorteerlijn die het AEB beheert, waarmee het hergebruik van
ongesorteerd grofhuishoudelijk afval wordt verbeterd. §
De afvaloverslag willen we verbeteren door
het gebruik van wisselcontainers. Door de stadsdelen Oost en Zuidoost, maar
ook deels voor Zuid, Noord en Centrum, moet momenteel een relatief grote
afstand worden afgelegd van het inzamelpunt huishoudelijk afval naar de
verwerker, de Afval Energie Centrale (AEC). Tussentijdse afvaloverslag, nabij
het inzamelgebied, om daarna in grotere hoeveelheden per keer naar de AEC te
transporteren, heeft zowel financiële als milieuvoordelen. §
De laatste maatregel betreft meer uniforme
en consistentere uitvoering van de controle op Reinigingsrecht. Hiermee
worden de inkomsten Reinigingsrecht voor de stadsdelen structureel verhoogd
en de tarieven voor het Reinigingsrecht juist vastgesteld. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3. Wat betekent dit voor de formele verdeling van taken en
bevoegdheden centrale stad en stadsdelen? |
n.v.t. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
4. Wat zijn de
maatschappelijk effecten? |
- Door het bijplaatsen van containers op
al bestaande containerplaatsen en op logische looproutes, wordt het de burger
makkelijker gemaakt afval aan de bron te scheiden. Aanvullend wordt de burger
door communicatiecampagnes bewust gemaakt van zijn of haar rol in de
afvalketen en de waarde van grondstoffen en duurzaam gebruik. -
Een deel van de maatregelen levert een belangrijke bijdrage aan een
duurzamere en ‘schone’ stad Amsterdam. Door natransport vermindert de CO2 belasting
voor Amsterdam met bijna 50%, de uitstoot van fijnstof en stikstofdioxide
wordt aanzienlijk teruggebracht (33% c.q. 41%) en de vervoersbewegingen, m.n.
op de ring A-10 verminderen door de afvaloverslag. -
Een uniformer en consistentere uitvoering van de controle op reinigingsrecht
komt ten goede aan een schone openbare ruimte, de efficiëntie van de
inzameldienst en de mogelijkheid tot afvalscheiding. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
5.Wat levert het
op en wat mag het kosten? |
Overzicht
opgave en besparingseffect van de 5 deelmaatregelen
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
6. Risico’s |
Belangrijk overall risico dat geldt voor
deze maatregelen is het draagvlak en het commitment binnen de stad. Naast de
overall risico’s kent elke deelmaatregel meer specifieke risico’s. Deze
variëren van Europees aanbesteden, nog lopende contracten tot het tijdig
verkrijgen van geschikte locaties en vergunningen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
7. Samenhang met andere ontwikkelingen |
Er is samenhang met de bestuurlijke
opdracht ‘optimalisering afvalketen’ (november
2011), waarin de portefeuillehouders Afval aansturen op
efficiëntiemaatregelen en verbeterde samenwerking in de Amsterdamse
afvalketen, zoals het opzetten van een personeels- en een voertuigpool. Ook
is er samenhang met de stedelijk Afvalambitie en geldende
duurzaamheidsdoelstellingen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
8. Te betrekken moties en amendementen |
- Dit punt is van toepassing op het
deelformat ‘Sorteerlijn Grof Huishoudelijk Afval’. De op 10/11 oktober 2012
door raadslid mevrouw Visser ingediende motie nr. 815 is aangenomen. De
gevraagde second opinion investering sorteerlijn GHA is in gang gezet en
loopt. -
Daarnaast ligt er een motie van de raadsleden mevrouw Poot en de heer van
Drooge (motie F1) inzake de Begroting 2013 (Afvalstoffenheffing/ASH) waarin
het College verzocht wordt bindende afspraken te maken over het structureel
verlagen van de ASH-tarieven en planvorming te maken m.b.t. de
financieringswijze van de kwijtscheldingen en de bijbehorende criteria voor
het in aanmerking komen van de kwijtschelding. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Besparing |
a. besparing in 2013: € 9,8miljoen b. bij de besparing van 2013 wordt vastgehouden
aan de oorspronkelijke afspraak op basis van verdeelsleutel 60/40,
stad/stadsdelen c. totaal te besparen bedrag vanaf 2015: € 20,5 miljoen. De oorspronkelijke financiële opgave was € 15 miljoen |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1.Wat is de kern van de verandering? |
Enerzijds wordt een
parkeerregieorgaan (PRO) ingericht, anderzijds wordt de fiscale
parkeerhandhaving versneld gedigitaliseerd. Met de inrichting van het PRO)
wordt het opdrachtgeverschap van de fiscale parkeerhandhaving, het
assetmanagement van de parkeerautomaten en de expertise op het gebied van
fiscale parkeerhandhaving geclusterd. Concreet gaat het bij de
digitalisering van de parkeerhandhaving om de volgende veranderingen: -
Volledige digitalisering van alle parkeerrechten (geen papieren
vergunningdocumenten of parkeerkaartjes uit de parkeerautomaat meer) en
kenteken invoer verplicht. -
De naheffingsaanslagen (parkeerbonnen) worden naar het adres van de
kentekenhouder gestuurd, en niet meer achter de ruitenwisser geplaatst; -
Uitdunning van het bestand aan parkeerautomaten op straat en verdwijnen van
de klantonvriendelijke draaiknopautomaat -
De handhaving wordt geïntensiveerd -
De parkeerdienstverlening gaat plaatsvinden bij het stadsloket. Tevens wordt
er een digitaal loket opgezet. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2. Wat gaan we doen? |
§
PRO
wordt namens stadsdelen en dIVV vanaf 2013 contractpartij voor Cition en
verzorgt de financiële afwikkeling en administratie van alle contracten per
stadsdeel §
Op
1 maart start Cition met het uitvoeren van het parkeerautomatenplan waarbij
het aantal automaten op straat zal verminderen en tegelijkertijd de
draaiknopautomaat uit het straatbeeld zal verdwijnen §
Op
1 juli zal Cition alle voorbereidingen voor de digitalisering hebben afgerond
waarna deze zal worden uitgerold. §
In
de eerste helft van 2013 zal er een communicatietraject plaatsvinden waarin
alle betrokkenen worden geïnformeerd over de wijzigingen ten aanzien van
betaald parkeren op straat. Het digitale
parkeerproces ziet er vanaf 1 juli als volgt uit: - Een parkeerrecht wordt digitaal (bij de automaat, mobiel
parkeren, dag-/week-/maandkaart of parkeervergunning) op kenteken verkregen,
een kaartje onder de voorruit is niet meer nodig/mogelijk. - Een scanauto controleert of een parkeerrecht is verkregen
door het kenteken te checken in het Nationale register Parkeer- en
Verblijfsrechten (RPV, opvolger van Amsterdamse parkeerrechten database) van
de Rijksdienst voor Wegverkeer; -Van auto’s, waarvan zo wordt vastgesteld dat zij niet over
een parkeerrecht beschikken, wordt door een parkeercontroleur (digitaal of
ter plaatse) gecontroleerd of er sprake is van ongeoorloofd betaald
parkerekn. - Bij ongeoorloofd
onbetaald parkeren wordt vervolgens per post een naheffingsaanslag verstuurd.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3. Wat betekent dit
voor de formele verdeling van taken en bevoegdheden centrale stad en
stadsdelen? |
De
taken en bevoegdheden tussen stad en stadsdelen blijven ongewijzigd. PRO
verzorgt vanaf 2013 als coalitieproject het opdrachtgeverschap Parkeerdienstverlening
en contractbeheer op inhoud en financiën namens de stadsdelen en dIVV en
onder aansturing van een bestuurlijk team. Hierbij geven stadsdelen en IVV
mandaat aan PRO voor dit opdrachtgeverschap en contractbeheer. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
4. Wat zijn de maatschappelijk effecten? |
- Er ligt
aantoonbaar (plus foto parkeersituatie) vast dat er niet is betaald tussen
het moment van de foto en de 10 minuten ervoor (coulance ‘moest nog kaartje
kopen’) en erna ‘(coulance ‘horloge liep achter’) waardoor ook tegemoet wordt
gekomen aan klachten zoals die nu vaak in bezwaar en beroep worden gemeld. - De draaiknop automaat kan overal in de stad worden
vervangen door de moderne en klantvriendelijkere automaat - De service voor parkeerders gaat omhoog.
Vergunninghouders kunnen digitaal wijzigingen doorvoeren en informatie
verkrijgen, kortparkeerders kunnen zonder parkeerautomaat een digitaal
parkeerrecht verwerven of digitaal (ver) vooraf een digitale dag-/ week/ of
maandkaart kopen. - Misbruik van de 10 cents zones kan worden uitgesloten
door het parkeerrecht van een kenteken in een 10 cents zone automatisch te
begrenzen tot 1 uur en zo verlengingen onmogelijk te maken. - Betalen met muntgeld is niet meer mogelijk -
Er is geen mogelijkheid meer om een naheffingsaanslag direct na constatering
te voldoen. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
5.Wat levert het op en wat mag het kosten? |
De
geraamde besparing door herinrichting van de parkeerketen is voor de jaren
2013 – 2015 als volgt:
De hier
gepresenteerde bedragen zijn de structurele besparingen per jaar. De
structurele besparing in 2015 wordt dus ingeschat op 20,5 miljoen euro. De
geraamde frictie- en investeringskosten door herinrichting van de
parkeerketen is voor de jaren 2013-2015 als volgt:
Naast de
bovengenoemde eenmalige kosten, die worden gedekt uit de parkeeropbrengsten,
zal er ook sprake zijn frictiekosten die samenhangen met het digitaliseren
van de parkeerhandhaving. Deze frictiekosten zijn nog niet bepaald en gaan
blijken uit het sociaal plan dat Cition in de eerste helft van 2013 met de
vakbonden en de OR van Cition zal gaan opstellen. Deze kosten worden gedekt
uit de voorziening frictiekosten parkeren die is ontstaan door de instelling
van het moratorium op de prijsafspraken met Cition. Dit fonds is voldoende
gevuld voor de dekking van deze kosten. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
6. Risico’s |
Er
is vertrouwen bij Cition en de gemeente dat de digitalisering van de fiscale
parkeerhandhaving goed uitvoerbaar is en zal leiden tot de berekende
besparingen. Cition en de gemeente zijn van mening dat uitvoering in 2013
mogelijk is en op die manier ook in 2013 daadwerkelijk tot de beoogde besparingen
zal leiden. Het is echter een omvangrijke operatie waarbij de gemeente zorg
dient te dragen voor de benodigde besluitvorming (anders is volledige
digitalisering niet mogelijk) maar de gemeente vervolgens vrijwel geheel
afhankelijk is van Cition voor de daadwerkelijke implementatie en realisering
van de besparingen. Met Cition worden de afspraken contractueel verankert
teneinde de risico’s te beheersen. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
7. Samenhang
met andere ontwikkelingen |
De
besparing die in beeld is gebracht door de Cition loketten te laten opgaan in
de stadsdeelloketten heeft overlap met de businesscase van DFM voor de
stadsloketten. De besparing die in de parkeerketen wordt gerealiseerd is 0,9
miljoen euro. Deze besparing maakt voor een bedrag van 470.000 euro ook deel
uit van de businesscase van DFM en moet derhalve als dubbeltelling worden
gezien. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
8. Te betrekken moties en amendementen |
n.v.t. |
|
Besparing |
a. besparing in 2013: €
2,7 miljoen (€ 1,8 miljoen cfm opdracht en € 0,9 miljoen aanvullend) b. verdeelsleutel in 2013: 25% en 100% stad c.
€ 7 miljoen. Van de oorspronkelijke opdracht van € 14 miljoen is € 7 miljoen
overgeheveld naar maatregel 5+6. Incidenteel wordt toegevoegd aan deze
maatregel in 2013 € 0,9 miljoen en in 2014 en 2015 € 0,8 miljoen |
||||||||||
|
1.Wat is de kern van de verandering? |
Besparing door een aantal diensten en bedrijven uit
het fysieke domein. |
||||||||||
|
2. Wat gaan we doen? |
De Haven Amsterdam, het Afval Energie Bedrijf
en Waternet zullen de taakstelling realiseren door een verhoogde winstafdracht;
in totaal € 2,0 miljoen incidenteel. Daarnaast wordt in 2013 € 0,7miljoen
verhoogde winstafdracht incidenteel ten laste van het resultaat deelnemingen
worden gebracht. De inhoudelijke invulling van de besparingen moet in 2013
nader worden bepaald. |
||||||||||
|
3. Wat betekent dit
voor de formele verdeling van taken en bevoegdheden centrale stad en
stadsdelen? |
n.v.t. |
||||||||||
|
4. Wat zijn de maatschappelijk effecten? |
Geen. |
||||||||||
|
5.Wat levert het op en wat mag het kosten? |
|
||||||||||
|
6. Risico’s |
De raakvlakken van deze taakstelling met de
tariefsopbouw vereist transparantie om een goede maatschappelijke discussie over de tariefstelling te kunnen voeren. |
||||||||||
|
7. Samenhang |
Samenhang met verzelfstandigingstraject Haven
en AEB. De hoogte van de winstafdracht is
bepalend om deze maatregel op termijn structureel te kunnen realiseren. Samenhang met Maatregel 9 Afval. Het AEB is
een van de voornaamste onderdelen om de besparingen in deze maatregel te
realiseren. Deze maatregel is aanvullend hierop. |
|
Besparing |
a. besparing in 2013: in 2013 is
er nog geen besparing omdat eerst moet worden geïnvesteerd voordat de
maatregel tot netto besparingen leidt. b. verdeelsleutel in 2013:
n.v.t. c.
totaal te besparen bedrag bestuursopdracht: €13 miljoen (€ 10 miljoen
Dienstverlening en € 3 miljoen Bestuursondersteuning) |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1.Wat is de kern van de verandering? |
Het Retailconcept Dienstverlening maakt
gebruik van een organisatieconcept uit de retailwereld om de dienstverlening
aan burgers en ondernemers te verbeteren, tegen lagere kosten. Het concept
omvat functies die nu door de stadsdelen worden uitgevoerd zoals burgerzaken,
vergunningen en het sociaal loket en publieksfuncties bij diensten zoals
belastingen, Wonen en Zorg en Samenleven, Basisinformatie en Cition. Doel is dat elke burger en ondernemer altijd en
overal alle producten en diensten via de kanalen (balie, internet, telefoon)
van de gemeente Amsterdam op een klantvriendelijke en efficiënte manier kan
regelen. Deze maatregel gaat uit van een slimmere en efficiëntere werkwijze
en ontdubbelen (leidt tot besparing in m2, personeel en systemen). |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2. Wat gaan we doen? |
§ De dienstverlening wordt waar mogelijk
geconcentreerd op zeven locaties die identiek zijn in uitstraling, aanbod en
personeel § De
dienstverlening wordt gemeentebreed gestandaardiseerd en zo veel mogelijk op
alle locaties aangeboden en uitgevoerd. Het operationele beheer wordt
gemeenschappelijk georganiseerd; het beheer van de kanalen en het beleid
wordt centraal georganiseerd. Momenteel is bevoegdheid voor beleid,
uitvoering en sturing bij ieder stadsdeel en dienst afzonderlijk belegd. Dit
heeft tot gevolg dat voor burger en ondernemer geen uniformiteit is in de
dienstverlening. § Alles
wat snel kan, wordt ook snel afgehandeld. Zo is voor de balies de bedoeling
om zoveel mogelijk producten zonder afspraak af te handelen. Producten met
een afhandeltijd van minder dan 8 minuten worden op inloop afgehandeld, de
rest is op afspraak. § Uitgangspunt
is dat op 1 januari 2016 alle loketten van stadsdelen en diensten zijn
overgegaan naar het Retailconcept en alle producten en diensten voor de
burger verkrijgbaar zijn in de zeven vestigingen. Voor het ontwerpen, testen
en optimaliseren van het concept en de afstemming rond de inrichting is met
een testperiode van een jaar rekening gehouden. Dit gebeurt in een zogenaamde
testwinkel. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3. Wat betekent dit
voor de formele verdeling van taken en bevoegdheden centrale stad en
stadsdelen? |
De maatregel gaat uit stedelijke organisatie
van het beleid, de afspraken en regelgeving ten aanzien van gemeentelijk
dienstverleningsbeleid. Afzonderlijke stadsdelen en diensten hanteren of
ontwikkelen dan geen eigen beleid, afspraken en regelgeving meer. Tot het
definitieve besturingsmodel moet nog worden besloten. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
4. Wat zijn de maatschappelijk effecten? |
De maatregel levert wat de balies betreft de
volgende voordelen voor de burger op: - Een betere kwaliteit van dienstverlening:
sneller, betere service en transparantie - Alle producten zijn beschikbaar op één
locatie: burgers worden niet meer van het kastje naar de muur gestuurd - Er bestaan geen verschillen meer in producten,
procedures, openingstijden en afhandeling tussen locaties: de kwaliteit en
beleving van de dienstverlening is overal gelijk - Vereenvoudiging van producten en procedures - Er is minder vaak contact nodig rondom het
afnemen van een product |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
5.Wat levert het op en wat mag het kosten? |
: |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
6. Risico’s |
-
Het kostendekkend houden en maken van de bijbehorende leges is niet nader
uitgewerkt. -
Afhankelijk van de keuzes rondom het nieuwe bestuurlijke stelsel binnen de
stad Amsterdam kunnen er gevolgen zijn voor het sturingsmodel van dit
concept. Deze gevolgen kunnen organisatorisch en financieel consequenties
hebben. In de huidige uitwerking wordt uitgegaan van een centrale sturing. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
7. Samenhang
met andere ontwikkelingen |
Er is samenhang met Huisvesting omdat door het
uitvoeren van deze maatregelen kantoorruimte leeg komt te staan. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
8. Te betrekken moties en amendementen |
De motie 386 zeven stadsloketten open van 8 tot 8
wordt betrokken bij de uitwerking van de maatregel. |
|
Besparing |
a. besparing in 2013: € 3,0 miljoen b.
verdeelsleutel in 2013: een verdeling op basis van werkelijke historische
kosten (verhouding € 1,7 miljoen / € 1,3 miljoen stad/stadsdelen). c.
totaal te besparen bedrag bestuursopdracht: € 12 miljoen |
|||||||||||||||||||||||||
|
1.Wat is de kern van de verandering? |
Deze besparing wordt gerealiseerd door de
uitgaven voor arbeidsvoorwaarden, naast de feitelijke salarisuitgaven, te
beperken. Amsterdam heeft een aantal arbeidsvoorwaarden die luxer zijn dan
die in andere gemeenten. Voorbeelden hiervan zijn: extra vrije (feest)dagen
en hogere ziektekostenvergoeding. Andere arbeidsvoorwaarden kunnen
terughoudender worden toegepast. Voor 1 februari 2013 zal in overleg met de
bonden een versoberingspakket worden vastgesteld. |
|||||||||||||||||||||||||
|
2. Wat gaan we doen? |
- Met vakbonden wordt onderhandeld over de
mogelijkheden om daadwerkelijk aanvullende
arbeidsvoorwaarden te schrappen. -
Met de eindverantwoordelijk managers wordt besproken dat zij binnen hun
mandaat strak sturen op het gebruik van extra arbeidsvoorwaarden en een in
algemene zin sobere, terughoudende toepassing van (secundaire)
arbeidsvoorwaarden. Ook worden de processen van het Servicehuis Personeel
hierop aangescherpt. -
Door middel van monitoring door DMC zal vanaf 2013 strakker worden gestuurd
op handhaven
van de NRGA. |
|||||||||||||||||||||||||
|
3. Wat betekent dit voor de formele
verdeling van taken en bevoegdheden centrale stad en stadsdelen? |
Niets |
|||||||||||||||||||||||||
|
4. Wat zijn de maatschappelijk effecten? |
Geen. |
|||||||||||||||||||||||||
|
5.Wat levert het op en wat mag het kosten? |
|
|||||||||||||||||||||||||
|
6. Risico’s |
- vakbonden
gaan niet akkoord met versobering - vakbonden gaan alleen akkoord met tijdelijke
versoberingsafspraken in ruil voor meer werkzekerheid |
|||||||||||||||||||||||||
|
7. Samenhang met andere ontwikkelingen |
Geen |
|||||||||||||||||||||||||
|
8. Te betrekken moties en amendementen |
Geen |
|
Besparing |
a. besparing in 2013: € 2,0 miljoen b.
verdeelsleutel 100% in 2013 en 60/40% stad/stadsdelen c.
totaal te besparen bedrag bestuursopdracht € 2,0 miljoen |
||||||||
|
1.Wat is de kern
van de verandering? |
De maatregel betreft
inkoop van facilitaire/generieke aard zoals ICT, Personeelsgerelateerd (inclusief inhuur),
facilitair, vervoer, communicatie enz.) De belangrijkste maatregel is het verbeteren van
het inzicht in de inkoopuitgaven, het verhogen van het aandeel gezamenlijke
inkoop en het professionaliseren van de uitvoering van inkooptrajecten. |
||||||||
|
2. Wat gaan we
doen? |
Verhogen
van het percentage van gezamenlijke inkoop - Samenwerken is de norm. Deelname aan
gezamenlijke inkooptrajecten is verplicht. Het niet deelnemen aan een
gezamenlijk inkooptraject moet aan het bevoegd bestuursorgaan worden
voorgelegd en alleen zij kunnen besluiten beargumenteerd af te wijken. - Er komen transparante rapportages over deelname
aan raamovereenkomsten en andere gezamenlijke trajecten. Bij afwijken van de
afspraak om verplicht deel te nemen wordt inzicht gegeven in gemiste
besparingen. - Op basis van spend-analyses gaan we nieuwe
productgroepen opsporen waarop we samen kunnen inkopen. De
verantwoordelijkheid voor de gezamenlijke inkoop van productcategorieën wordt neergelegd bij een lead-buyer/cluster. - De site externe inhuur wordt voor alle diensten
en stadsdelen beschikbaar gesteld. Verder
professionaliseren van de inkoopfunctie Inkoop van (intern) organisatiegericht; ik koop
in wat mijn dienst/stadsdeel nodig heeft- verandert in productgericht -ik
koop in voor de hele stad en doe dat op het terrein waar ik de meeste kennis
van heb-. Om dat te bereiken gaan we: - De inkoopfunctie gemeentebreed inrichten op
basis van inkooppakketten (in plaats van interne organisatie) - De bestuurlijke opdracht ’10 wegen naar een
innovatief aanbestedingsbeleid’ doorvoeren, waarin noodzakelijke inhoudelijke
verbeteringen van inkoop en opdrachtgeverschap zijn samengevat in een
actieplan - Helderheid en uniformiteit in taken en
bevoegdheden van inkoop creëren. Dit doen we door de inkooprollen
gemeentebreed vast te stellen en de bijbehorende kennis en vaardigheden vast
te leggen. - Presentatievaardigheden en gezaghebbendheid van
inkopers vergroten door hen op te leiden en te specialiseren. - De cultuur te veranderen. Een kritische houding
ten aanzien van alle uitgaven is gerespecteerde basishouding van inkopers. Transparantie
verhogen en Informatie verbeteren - We verbeteren het inzicht in inkoopuitgaven,
wie koopt wat waar in en hoe? - We stellen rapportages beschikbaar over
inkoopprestaties op centraal, cluster- en organisatieniveau. - We verbeteren het contractmanagement en het
contractbeheer zodat de bij inkoop gerealiseerde besparing ook daadwerkelijk wordt
gerealiseerd in gebruik van het contract. - We ontwikkelen een eenduidig model om
inkoopbesparingen te bepalen, te verdelen en in te boeken. |
||||||||
|
3. Wat betekent dit voor de formele verdeling van taken en
bevoegdheden centrale stad en stadsdelen? |
Niets |
||||||||
|
4. Wat zijn de
maatschappelijk effecten? |
Doelmatiger inzet van maatschappelijke
middelen |
||||||||
|
5.Wat levert het
op in 2013 en wat mag het kosten? |
|
||||||||
|
6. Risico’s |
- De voorgestelde wijziging is uit
inkoopoptiek logisch, maar is organisatorisch complex. Beheersmaatregel: Veel
grote organisaties zijn ons voorgegaan, waaronder de Rijksoverheid. Kennis
van de transitie daar is beschikbaar. Daarnaast kan de werkwijze veranderen
zonder dat er direct sprake moet zijn van reorganisatietrajecten.
Taakverdeling en specialisatie kan plaatsvinden op basis van afspraken.
Daarbij loopt de organisatorische verandering gelijk op met de inrichting van
shared services en andere PIJOFACH ontwikkelingen in de stad. -
Inkooptaakstellingen interveniëren vaak met taakstellingen in primair of
secundair proces. Beheersmaatregel: Voortdurende afstemming met andere
projecten ter voorkoming van dubbeltelling. -
Budgethouders kiezen er voor niet mee te werken. Beheersmaatregel: Toenemend
inzicht in deelname aan gezamenlijke inkooptrajecten leidt ook tot beter
inzicht welke budgethouders stelselmatig eigen keuzes maken. Deze
budgethouders kunnen worden aangesproken en uiteindelijk kan er tot
verplichte deelname worden besloten als (financiële) resultaten uitblijven |
||||||||
|
7. Samenhang met andere ontwikkelingen |
De stadsdelen zitten in een gezamenlijk
traject om beter samen te werken met Concern Inkoop. -
Er zijn negen besparingsmaatregelen in het kader van Inzet op Herstel ter
waarde van 23,7 miljoen structureel bij de centrale stad ingeboekt en in
uitvoering tot 2015. -
Vanuit Inzet op Herstel 1 is een professionaliseringstraject gestart waarvan
het instellen van de Adviesraad Inkoop en de kanteling van inkoop van intern organisatiegericht
naar meer productgericht inkopen belangrijke componenten zijn. -
Er is een opdracht van de burgemeester om te komen tot een innovatiever aanbestedingsbeleid
waarin met behulp van tien punten een flinke stap in inkoopprofessionalisering
wordt nagestreefd. -
Het OBI-cluster heeft een voortvarende start gemaakt met het binnen haar
eigen 11 diensten inrichten van inkoopbundeling en uitvoeren van
‘leadbuyership’. -
Maatregel 7 en 8 van AFG zijn ook inkoopbesparingsmaatregelen maar dan
specifiek op het terrein van de Grond-, Weg, en Waterbouw. GWW valt buiten de
scope van de opdracht inkoop overig. -
De PIJOFACH- opdracht is relevant. Omdat we er voor kiezen om de taakstelling
van de opdracht inkoop overig vooral door beter en minder vrijblijvend
organiseren te realiseren, is het van belang dat de voorgestelde indeling
past bij overige PIJOFACH keuzes die de stad maakt. |
||||||||
|
8. Te betrekken
moties en amendementen |
Geen |
|
Besparing |
a. besparing in 2013: - (zie 1) b. verdeelsleutel 2013: - (zie 1) c. totaal te besparen bedrag bestuursopdracht €
5 miljoen. De structurele besparing is te realiseren. De termijn is
afhankelijk van de feitelijke vermindering van het aantal fte en de
mogelijkheden tot afstoten van de huur- en eigendomspanden. |
|
1.Wat is de kern van de verandering? |
Door
de implementatie van een flexibel huisvestingsconcept wordt het benodigd
aantal vierkante meters kantoorruimte voor eigen personeel fors gereduceerd.
Met de uitwerking van deze maatregel zetten wij de reeds ingezette hervorming
op het gebied van huisvesting voort. Leidend daarbij is de verwachte (forse)
afname van het aantal formatieplaatsen. Het is op dit moment nog onduidelijk
hoeveel fte er binnen de gemeente zal verdwijnen en hoe zich dit zal vertalen
naar de omvang van de gemeentelijke organisaties. |
|
2. Wat gaan we doen? |
Voorstel alternatieve invulling In mei 2012 heeft het College B&W een
besluit genomen over de uitvoering van de 2e business case van Bureau Gemeentelijke
Huisvesting. Deze business case bestaat uit het vervroegd afstoten van de
panden Bijlmerplein 393 (Belastingdienst) en de Flierbosdreef (DWI).
Vervroegde opzegging leidt tot en incidentele besparing van € 3.5 M tussen
2013 – 2016 en een structurele besparing van € 5,5 M per 2017. Deze besparing
is nog niet ingeboekt. Wij stellen daarom voor deze incidentele opbrengsten
in te zetten als besparingsmaatregel in de Kadernota, zodat het
kasritmeverschil wordt beperkt. |
|
3. Wat betekent dit
voor de formele verdeling van taken en bevoegdheden centrale stad en
stadsdelen? |
n.v.t. |
|
4. Wat zijn de maatschappelijk effecten? |
Doelmatiger inzet van maatschappelijke middelen |
|
5.Wat levert het op en wat mag het kosten? |
Dit is afhankelijk van de op termijn feitelijke
vermindering van het aantal fte en de mogelijkheden tot afstoten van de huur-
en eigendomspanden. |
|
6. Risico’s |
- Daadwerkelijke afname fte. Eventuele
schuifoperaties worden pas mogelijk indien het aantal fte binnen de gebouwen
daadwerkelijk (fysiek) is afgenomen. Besluiten over het eventueel
afstoten/verkopen van gemeentelijke panden kunnen pas genomen worden op het
moment dat hierover duidelijkheid bestaat. Vertraging van het verwachte
reorganisatieproces leidt dus tot vertraging van een eventuele
schuifoperatie. - Haalbaarheid bezuinigingsdoelstelling. Binnen de
huidige portefeuille zijn geen huurpanden meer waarvan het
kantorenhuurcontract op korte termijn afloopt. Er zal daarom naar de verkoop
van eigendomspanden moeten worden gekeken, hetgeen binnen de huidige markt
geen voorspelbare uitkomst heeft. Het is daarom onwaarschijnlijk dat de
voorgestelde bezuiniging binnen de termijn van Kadernota (2013 – 2015) kan
worden gerealiseerd. Een deel van dit risico kan worden ondervangen door de
2e business case van Bureau GH in het kader van deze opdracht in te boeken,
zodat het kasritmeverschil wordt beperkt. - Afboeking bij verkoop. Eventuele verkoop van
eigendomspanden zal binnen de huidige markt waarschijnlijk leiden tot grote
incidentele verliezen. Een recente taxatie heeft uitgewezen dat er bij
verkoop van de panden binnen de scope van de Kadernota een aanzienlijk
boekwaardeverlies zou ontstaan. |
|
7. Samenhang
met andere ontwikkelingen |
Als gevolg van de herschikking en de
reorganisatie van de klantcontactpunten (business case dienstverlening) komt
er in de betrokken panden 11.541 m2 vloeroppervlak vrij. Op basis van de
ervaringscijfers van Bureau Gemeentelijke Huisvesting bij het afstoten van
kantoorpanden kan dit tot een mogelijke structurele netto besparing leiden
van ca. € 2 miljoen per jaar. Deze besparing zal echter pas gerealiseerd
kunnen worden als de leegkomende m2 zodanig worden geconcentreerd dat er een
geheel pand kan worden afgestoten. Tot die tijd is er mogelijk sprake van
versnipperde leegstand in de verschillende panden, wat niet direct leidt tot
een besparing. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden
met de mogelijke effecten van de overige 16 bestuursopdrachten op de
huisvestingsbehoefte van gehele gemeentelijke organisatie. |
|
8. Te betrekken moties en amendementen |
Geen |
|
Besparing |
a. besparing 2013: € 1,25 miljoen b. verdeelsleutel in 2013: 25% en 53%/47%
stad/stadsdelen c. totaal te besparen bedrag bestuursopdracht: € 5
miljoen |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1.Wat is de kern van de verandering? |
De oplossing van het probleem komt centraal te staan,
niet de inrichting van de organisatie. Aan de hand van de veiligheidsindex
wordt een veiligheidsplan voor de stad/regio opgesteld met prioriteiten. Het bestuurlijk uitgangspunt is, dat 20% van de
bestaande handhaving capaciteit op voorhand als flexibel wordt bestempeld en
gegarandeerd wordt ingezet op benoemde prioriteiten. Vanaf 2013 zal worden
ingezet op tenminste vijf gezamenlijke acties en een actualiteit. Handhaving in de openbare ruimte moet daarbij waar
mogelijk samen optrekken met handhaving achter de voordeur. Een essentiële randvoorwaarde hierbij is het invoeren
van informatiegestuurde handhaving en het opnieuw doordenken van de
organisatie van toezicht en handhaving. We kunnen effectiever handelen als we
met een breed palet aan informatie en instrumenten gezamenlijk misstanden
aanpakken. Door de samenwerking te verstevigen tussen diensten
en stadsdelen van de gemeente als ook met externe partners
(woningcorporaties, politie en belastingdienst) is het mogelijk om
effectiever te zijn. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2. Wat gaan we doen? |
§
flexibilisering §
particulier
toezicht inhuren via dienst Stadstoezicht §
gezamenlijke
meldkamer: pm §
efficiëntere
wegsleep: pm §
bestuurlijke
strafbeschikking §
bestuurlijke
boete wonen §
slimmer
roosteren §
productiviteitsnorm §
informatiegestuurd
handhaven |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3. Wat betekent dit voor de formele verdeling van
taken en bevoegdheden centrale stad en stadsdelen? |
n.v.t. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
4. Wat zijn de maatschappelijk effecten? |
De maatregelen zijn erop gericht om de volgende
effecten te bereiken: -Verhoging subjectieve en objectieve veiligheid - Beschermen van slachtoffers en bestraffen van
overtreders (misdrijven, overlast, asociaal gedrag) -Verantwoordelijkheid bewoners, ondernemers
versterken - Problemen aanpakken met versterkt probleemgestuurde
handelen - Aanpak en oplossen van problemen door realiseren
van flexibele inzet - Sneller en effectiever ingrijpen daar waar en
wanneer nodig - Meer duidelijkheid voor de burger en ondernemer
door een programmatische aanpak - Meer zichtbare inzet voor burger en ondernemer door
een lik op stuk – handhaving - Minder belasting burger door integrale werkwijze - Vergroting van de nalevingsbereidheid. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
5.Wat levert het op en wat mag het kosten? |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
6. Risico’s |
- Samenwerking komt moeilijk tot
stand en daardoor wordt aan effectiviteit ingeboet. Maatregel: Met duidelijk mandaat
beleggen van de organisatietaak, stadsregie, en adequate ondersteuning van de
voorbereiding van de actie en het opvolgen van de uitkomsten van de actie. - De versterking van het gebruik
van de bestuurlijke strafbeschikking leidt tot een doel op zich. Maatregel: het is van
groot belang dat bestuurlijk wordt aangegeven welke overtredingen prioriteit hebben en
waarvoor ook het instrument van bestuurlijke strafbeschikking gericht zal worden
ingezet. - De besparing wordt voor een deel
behaald door vermindering van het management met tegelijkertijd het sturen op
vergroting van de effectiviteit van de uitvoering. Het risico is dat door
vermindering van management er onvoldoende sturing en begeleiding mogelijk is
om de uitvoering effectiever te maken. Maatregel: Op welke wijze de reductie
in leidinggevende wordt ingevuld wordt situationeel opgelost, en de invoering
van de productiviteitsverbetering vraagt een ruime doorlooptijd. - Er is geen budget beschikbaar
voor de investering CS ten behoeve van informatie gestuurd handhaven in 2013
en de dekking van de structurele beheerskosten is niet (volledig) aangegeven. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
7. Samenhang met andere ontwikkelingen |
De besparingsmaatregel Toezicht hangt samen met de
besparing op leerplicht die in een andere maatregel (sociaal domein 1 + 4) is
geboekt voor een bedrag van € 1.200.000 (reductie 15 fte leerplicht). Ook
zijn bij DWI zijn 18 handhavers bespaard en bij DWZS voor een bedrag van €
988.000 (reductie 12 fte WZS). DMB heeft in 2012 € 3.000.000 ingevoerd op
handhaving (taakstelling DMB). Tenslotte is er nog een voorstel te besparen
op de arbeidsvoorwaarden van de handhavers tot een bedrag van € 1.000.000;
echter dit bedrag is in onderzoek bij de maatregel arbeidsvoorwaarden. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
8. Te betrekken moties en amendementen |
De gemeenteraad heeft op 20 juni 2012 een amendement
aangenomen van de raadsleden Flos en Van Velzen inzake de kadernota
2013 (investeren in toezicht) waarin is opgenomen dat “het aantal
toezichthouders dat op straat rondloopt om Amsterdam veilig te houden op het
niveau van 2012 blijft”. Dit betekent dat zo min mogelijk op de uitvoering
van toezicht en handhaving gekort mag worden. Tegelijkertijd is er ook een
taakstelling van € 5 miljoen structureel. Dit betekent dat realisatie van de
opdracht niet anders mogelijk is dan zowel kijken naar besparing op
niet-uitvoerings taken, op het vergroten van de inkomsten alsook op het
vergroten van de effectiviteit van de uitvoering per medewerker en daarmee
verminderen van het aantal uitvoeringsmedewerkers. |
|
Besparing |
a. besparing in 2013: €
0,2 miljoen b. 6/040% stad/stadsdelen
(in 2013 100%) c. totaal te besparen in
bestuursopdracht € 3 miljoen |
||||||||||||
|
1.Wat is de kern van de verandering? |
Deze maatregel gaat over besparingen op
burgerzaken, bestuur en ondersteuning. Samen met opdracht 12 (dienstverlening) moet
deze opdracht leiden tot een besparing van € 3 mln. Voorstellen voor
structurele besparingen volgen na de besluitvorming over de hoofdlijnen van
het bestuurlijk stelsel vanaf 2014. Op indirecte kosten wordt vanaf 2014 een
structurele besparing gerealiseerd van € 0,5 miljoen op bestuur en
ondersteuning. |
||||||||||||
|
2. Wat gaan we doen? |
Zie 1. |
||||||||||||
|
3. Wat betekent dit
voor de formele verdeling van taken en bevoegdheden centrale stad en
stadsdelen? |
n.v.t. |
||||||||||||
|
4. Wat zijn de maatschappelijk effecten? |
Geen. |
||||||||||||
|
5.Wat levert het op en wat mag het kosten? |
|
||||||||||||
|
6. Risico’s |
Besparingen op personeel leveren frictie op.
De frictie op dit moment nog niet worden geschat. |
||||||||||||
|
7. Samenhang
met andere ontwikkelingen |
De lopende realisaties Inzet op Herstel. - De verwachte invoering van het wetsvoorstel
afschaffing deelgemeenten per 2014. - De uitvoering van AFG, waaronder: 1S1O en
concernontwikkeling |
||||||||||||
|
8. Te betrekken moties en amendementen |
Van Velzen, De Soete van juni 2012: De operatie 1S1O dient te worden uitgevoerd
aan de hand van de Amsterdamse hervormingsagenda en binnen de kaders van het
huidig bestuurlijk stelsel van 7 stadsdelen met een eigen democratisch mandaat
verkregen door lokale verkiezingen. |
De 17 maatregelen slaan neer op verschillende onderdelen in de
programmabegroting zoals gepresenteerd in paragraaf 1.4. In onderstaande tabellen
is het budgettaire effect van de maatregelen op het niveau van de programma’s
weergegeven. Vanwege het hoofdlijnenniveau van dit besluit, beperkt dit
hoofdstuk tot de cijfermatige effecten op het niveau van programma, de
betreffende maatregelen en gemoeide besparingen. Hiermee geven wij u inzicht in
welke maatregelen effect hebben op welke begrotingsprogramma’s. Onder de
tabellen is alleen een toelichting opgenomen indien er sprake is van uitzonderingen
die bij de inhoudelijke toelichting in hoofdstuk 2 niet zijn genoemd.
In bijlage 1 is de financiële mutatie op het niveau van
begrotingsvolgnummer opgenomen. In deze bijlage worden ook de betrokken
begrotingsdoelstellingen genoemd. De toelichting op de inhoudelijke
veranderingen is gegeven in hoofdstuk 2 in de inhoudelijke toelichting per
maatregel.
|
Bedragen x € 1 miljoen |
Wijziging lasten |
Wijziging baten |
Reserve dotaties |
Reserve onttrek-kingen |
Begrotings-saldo 2013 (- = voordeel) |
|
Maatregel (nr en omschrijving) |
(a) |
(b) |
(c) |
(d) |
(=a-b+c-d) |
|
1+4 Sociaal domein |
- 0,060 |
|
|
|
- 0,060 |
|
2 Subsidies |
- 0,003 |
|
|
|
- 0,003 |
|
13 Personeel |
- 0,077 |
|
|
|
- 0,077 |
|
14 Inkoop overig |
- 0,040 |
|
|
|
- 0,040 |
|
16 Toezicht en handhaving |
- 0,308 |
0,280 |
|
|
- 0,588 |
|
Effect op de begroting 2013 |
- 0,488 |
0,280 |
0 |
0 |
- 0,768 |
|
Bedragen x € 1 miljoen |
Wijziging lasten |
Wijziging baten |
Reserve dotaties |
Reserve onttrek-kingen |
Begrotings-saldo 2013 (- = voordeel) |
|
Maatregel (nr en omschrijving) |
(a) |
(b) |
(c) |
(d) |
(=a-b+c-d) |
|
1+4 Sociaal domein |
- 0,018 |
|
|
|
- 0,018 |
|
2 Subsidies |
- 0,010 |
|
|
|
- 0,010 |
|
3 Schuldhulpverlening |
- 0,300 |
|
|
|
- 0,300 |
|
Effect op de begroting 2013 |
- 0,328 |
0 |
0 |
0 |
- 0,328 |
|
Bedragen x € 1 miljoen |
Wijziging lasten |
Wijziging baten |
Reserve dotaties |
Reserve onttrek-kingen |
Begrotings-saldo 2013 (- = voordeel) |
|
Maatregel (nr en omschrijving) |
(a) |
(b) |
(c) |
(d) |
(=a-b+c-d) |
|
2 Subsidies |
- 0,037 |
|
|
|
- 0,037 |
|
13 Personeel |
- 0,181 |
|
|
|
- 0,181 |
|
14 Inkoop overig |
- 0,137 |
|
|
|
- 0,137 |
|
Effect op de begroting 2013 |
- 0,355 |
0 |
0 |
0 |
- 0,355 |
|
Bedragen x € 1 miljoen |
Wijziging lasten |
Wijziging baten |
Reserve dotaties |
Reserve onttrek-kingen |
Begrotings-saldo 2013 (- = voordeel) |
|
Maatregel (nr en omschrijving) |
(a) |
(b) |
(c) |
(d) |
(=a-b+c-d) |
|
1+4 Sociaal domein |
- 0,921 |
|
|
|
- 0,921 |
|
2 Subsidies |
- 0,159 |
|
|
|
- 0,159 |
|
13 Personeel |
- 0,074 |
|
|
|
- 0,074 |
|
14 Inkoop overig |
- 0,076 |
|
|
|
- 0,076 |
|
Effect op de begroting 2013 |
- 1,230 |
0 |
0 |
0 |
- 1,230 |
|
Bedragen x € 1 miljoen |
Wijziging lasten |
Wijziging baten |
Reserve dotaties |
Reserve onttrek-kingen |
Begrotings-saldo 2013 (- = voordeel) |
|
Maatregel (nr en omschrijving) |
(a) |
(b) |
(c) |
(d) |
(=a-b+c-d) |
|
5+6 Fysiek domein |
- 0,600 |
|
|
|
- 0,600 |
|
7+8 Standaardisering
openbare ruimte |
- 0,590 |
|
|
|
- 0,590 |
|
10 Parkeren |
|
+ 7,600 |
|
|
+ 7,600 |
|
14 Inkoop overig |
- 0,010 |
|
|
|
- 0,010 |
|
Effect op de begroting 2013 |
- 1,200 |
+ 7,600 |
0 |
0 |
- 8,800 |
|
Bedragen x € 1 miljoen |
Wijziging lasten |
Wijziging baten |
Reserve dotaties |
Reserve onttrek-kingen |
Begrotings-saldo 2013 (- = voordeel) |
|
Maatregel (nr en omschrijving) |
(a) |
(b) |
(c) |
(d) |
(=a-b+c-d) |
|
1+4 Sociaal domein |
- 0,215 |
|
|
|
- 0,215 |
|
2 Subsidies |
- 0,013 |
|
|
|
- 0,013 |
|
Effect op de begroting 2013 |
- 0,228 |
0 |
0 |
0 |
- 0,228 |
|
Bedragen x € 1 miljoen |
Wijziging lasten |
Wijziging baten |
Reserve dotaties |
Reserve onttrek-kingen |
Begrotings-saldo 2013 (- = voordeel) |
|
Maatregel (nr en omschrijving) |
(a) |
(b) |
(c) |
(d) |
(=a-b+c-d) |
|
1+4 Sociaal domein |
- 0,048 |
|
|
|
- 0,048 |
|
2 Subsidies |
- 0,071 |
|
|
|
- 0,071 |
|
13 Personeel |
- 0,006 |
|
|
|
- 0,006 |
|
14 Inkoop overig |
- 0,007 |
|
|
|
- 0,007 |
|
Effect op de begroting 2013 |
- 0,131 |
0 |
0 |
0 |
- 0,131 |
|
Bedragen x € 1 miljoen |
Wijziging lasten |
Wijziging baten |
Reserve dotaties |
Reserve onttrek-kingen |
Begrotings-saldo 2013 (- = voordeel) |
|
Maatregel (nr en omschrijving) |
(a) |
(b) |
(c) |
(d) |
(=a-b+c-d) |
|
9 Afval |
0 |
0 |
|
|
0 |
|
11 Fysiek Deelnemingen |
|
|
|
0,600 |
- 0,600 |
|
13 Personeel |
- 0,148 |
- 0,059 |
|
|
- 0,089 |
|
14 Inkoop overig |
- 0,076 |
+ 0,038 |
|
|
- 0,114 |
|
Effect op de begroting 2013 |
- 0,225 |
- 0,021 |
0 |
0,600 |
- 0,803 |
Toelichting:
9 Afval: De
gevolgen die deze maatregel heeft op de omzet van het Afvalenergiebedrijf worden
verwerkt in de 4-maandsrapportage.
11 Fysiek domein: Deelnemingen: het aandeel van
Waternet is een extra afdracht door een verhoging van de opslag op de
omslagrente voor drinkwater. Dit wordt gerealiseerd door een onttrekking aan de
egalisatiereserve Drinkwater. Door de hoge stand van deze reserve (verwacht
2013 € 9 miljoen) heeft dit geen directe invloed op het drinkwatertarief.
|
Bedragen x € 1 miljoen |
Wijziging lasten |
Wijziging baten |
Reserve dotaties |
Reserve onttrek-kingen |
Begrotings-saldo 2013 (- = voordeel) |
|
Maatregel (nr en omschrijving) |
(a) |
(b) |
(c) |
(d) |
(=a-b+c-d) |
|
2 Subsidies |
- 0,008 |
|
|
|
- 0,008 |
|
5+6 Fysiek domein |
-0,300 |
|
|
|
-0,300 |
|
11 Fysiek Deelnemingen |
|
0,800 |
|
|
- 0,800 |
|
13 Personeel |
- 0,265 |
|
|
|
- 0,265 |
|
14 Inkoop overig |
- 0,060 |
|
|
|
- 0,060 |
|
Effect op de begroting 2013 |
- 0,632 |
0,800 |
0 |
0 |
- 1,432 |
|
Bedragen x € 1 miljoen |
Wijziging lasten |
Wijziging baten |
Reserve dotaties |
Reserve onttrek-kingen |
Begrotings-saldo 2013 (- = voordeel) |
|
Maatregel (nr en omschrijving) |
(a) |
(b) |
(c) |
(d) |
(=a-b+c-d) |
|
1+4 Sociaal domein |
- 0,135 |
|
|
|
- 0,135 |
|
5+6 Fysiek domein |
- 0,772 |
0,828 |
|
|
- 1,600 |
|
13 Personeel |
- 0,214 |
|
|
|
- 0,160 |
|
14 Inkoop overig |
- 0,215 |
|
|
|
- 0,170 |
|
Effect op de begroting 2013 |
- 1,335 |
0,828 |
|
|
- 2,163 |
|
Bedragen x € 1 miljoen |
Wijziging lasten |
Wijziging baten |
Reserve dotaties |
Reserve onttrek-kingen |
Begrotings-saldo 2013 (- = voordeel) |
|
Maatregel (nr en omschrijving) |
(a) |
(b) |
(c) |
(d) |
(=a-b+c-d) |
|
1+4 Sociaal domein |
- 0,026 |
|
|
|
- 0,026 |
|
7+8 Standaardisering
openbare ruimte |
|
0,510 |
|
|
- 0,510 |
|
13 Personeel |
- 0,005 |
|
|
|
- 0,005 |
|
Effect op de begroting 2013 |
- 0,031 |
0,510 |
0 |
0 |
- 0,541 |
|
Bedragen x € 1 miljoen |
Wijziging lasten |
Wijziging baten |
Reserve dotaties |
Reserve onttrek-kingen |
Begrotings-saldo 2013 (- = voordeel) |
|
Maatregel (nr en omschrijving) |
(a) |
(b) |
(c) |
(d) |
(=a-b+c-d) |
|
13 Personeel |
- 0,144 |
|
|
|
- 0,144 |
|
14 Inkoop overig |
- 0,079 |
|
|
|
- 0,079 |
|
Effect op de begroting 2013 |
- 0,216 |
0 |
0 |
0 |
- 0,216 |
|
Bedragen x € 1 miljoen |
Wijziging lasten |
Wijziging baten |
Reserve dotaties |
Reserve onttrek-kingen |
Begrotings-saldo 2013 (- = voordeel) |
|
Maatregel (nr en omschrijving) |
(a) |
(b) |
(c) |
(d) |
(=a-b+c-d) |
|
13 Personeel |
- 0,053 |
|
|
|
- 0,053 |
|
14 Inkoop overig |
- 0,048 |
|
|
|
- 0,048 |
|
Effect op de begroting 2013 |
- 0,101 |
0 |
0 |
0 |
- 0,101 |
|
Bedragen x € 1 miljoen |
Wijziging lasten |
Wijziging baten |
Reserve dotaties |
Reserve onttrek-kingen |
Begrotings-saldo 2013 (- = voordeel) |
|
Maatregel (nr en omschrijving) |
(a) |
(b) |
(c) |
(d) |
(=a-b+c-d) |
|
1+4 Sociaal domein |
- 1,845 |
- 0,618 |
|
|
- 1,227 |
|
5+6 Fysiek domein |
- 1,250 |
|
|
|
- 1,250 |
|
9 Afval |
- 0,900 |
|
|
|
- 0,900 |
|
11 Fysiek Deelnemingen |
- 0,600 |
0,700 |
|
|
- 1,300 |
|
13 Personeel |
- 0,627 |
- 0,028 |
|
|
- 0,599 |
|
14 Inkoop overig |
- 0,460 |
- 0,029 |
|
|
- 0,431 |
|
Risicomarge 2013 |
3,873 |
|
|
|
3,873 |
|
Effect op de begroting 2013 |
-1,809 |
0,025 |
|
|
- 1,834 |
Toelichting
1+4
Sociaal domein: De werkelijke besparingen in het sociaal domein zijn voor de
centrale stad in 2013 lager dan de besparingsopgave als gevolg van de
verhouding 60/40. Dit heeft tot gevolg dat aanvullend wordt bespaard in 2013
ter grootte van € 1,2 miljoen op de apparaatskosten van het sociaal domein.
Over de invulling en voortgang van deze posten wordt bij de reguliere
P&C-producten aan de raad gerapporteerd.
5+6:
Fysiek domein: een deel (€ 1,0 miljoen) van de besparingen zijn verwerkt bij de
concerncontroller en worden bij de 4-maandsrapportage nader verdeeld.
9
Afval en 11 Fysiek domein: De cumulatiemiddelen worden ingezet voor 1s1o ten
behoeve van de stabilisatie van de Afvalstoffenheffing met als doel het niet
laten stijgen van het tarief afvalstoffenheffing van de burger. Dit in verband
met een groeiend beroep op de Kwijtscheldingsregeling en een uitbreiding van de
regeling met de doelgroep kleine zelfstandige ondernemers (Raadsbrief dd 31
oktober 2012; Inzet extra rijksmiddelen)
11
Fysiek Deelnemingen: de besparing wordt gerealiseerd door het ramen een extra
dividendafdrachten in 2013 die, op basis van ervaringen en prognoses, reëel is.
Overige
maatregelen (1+4, 5+6, 13 en 14): De besparingen worden binnen het programma
algemene dekkingsmiddelen ten laste van de apparaatskosten gebracht.
Verwerkingen
op de apparaatskosten worden bij de 4maandsrapportage verwerkt in de
corresponderende programma’s en doelstellingen
Bijlage 1 Administratieve verwerking van de
begrotingswijzigingen
In deze bijlage staan per programma, per doelstelling en per
budgetvolgnummer (lasten en baten) de begrotingswijzigingen.
|
Programma |
Nr
doelstelling |
Volgnummer |
baten |
lasten |
saldo |
|
Openbare
orde en veiligheid |
1.1 |
1400601 |
|
2.500- |
2.500- |
|
|
|
9220254 |
|
182.013- |
182.013- |
|
|
|
9229650 |
280.000- |
226.417- |
506.417- |
|
|
1.2 |
6200403 |
|
60.000- |
60.000- |
|
|
5.2 |
9220255 |
|
17.000- |
17.000- |
|
Totaal
Openbare orde en veiligheid |
|
|
280.000- |
487.930- |
767.930- |
|
|
|
|
280.000- |
487.930- |
767.930- |
|
Werk
en inkomen |
2.6 |
6140206 |
|
18.400- |
18.400- |
|
|
|
6140208 |
|
10.000- |
10.000- |
|
|
2.7 |
6140301 |
|
300.000- |
300.000- |
|
Totaal
Werk en inkomen |
|
|
|
328.400- |
328.400- |
|
|
|
|
|
328.400- |
328.400- |
|
Zorg |
3.1 |
6200803 |
|
17.500- |
17.500- |
|
|
3.2 |
6200301 |
|
20.000- |
20.000- |
|
|
3.5 |
7140203 |
|
317.526- |
317.526- |
|
Totaal
Zorg |
|
|
|
355.026- |
355.026- |
|
|
|
|
|
355.026- |
355.026- |
|
Educatie
& jeugd en diversiteit |
4.1 |
4800401 |
|
2.500- |
2.500- |
|
|
|
4800408 |
|
710.185- |
710.185- |
|
|
|
4800410 |
|
284.795 |
284.795 |
|
|
|
4800413 |
|
12.500- |
12.500- |
|
|
|
4800414 |
|
12.500- |
12.500- |
|
|
|
4800415 |
|
107.100- |
107.100- |
|
|
|
4800416 |
|
360.000- |
360.000- |
|
|
|
4800417 |
|
185.000- |
185.000- |
|
|
4.3 |
6200402 |
|
7.500- |
7.500- |
|
|
4.4 |
6300102 |
|
37.500- |
37.500- |
|
|
|
6300110 |
|
31.500- |
31.500- |
|
|
|
6300114 |
|
48.015- |
48.015- |
|
Totaal
Educatie & jeugd en diversiteit |
|
|
|
1.229.505- |
1.229.505- |
|
|
|
|
|
1.229.505- |
1.229.505- |
|
Verkeer
en infrastructuur |
5.4 |
2110213 |
|
590.000- |
590.000- |
|
|
5.6 |
2120209 |
|
10.000- |
10.000- |
|
|
|
9229095 |
7.600.000- |
|
7.600.000- |
|
|
5.9 |
9228595 |
|
600.000- |
600.000- |
|
Totaal
Verkeer en infrastructuur |
|
|
7.600.000- |
1.200.000- |
8.800.000- |
|
|
|
|
7.600.000- |
1.200.000- |
8.800.000- |
|
Openbare
ruimte en groen, sport en recreatie |
6.1 |
5600103 |
|
71.770- |
71.770- |
|
|
6.3 |
5300103 |
|
2.500- |
2.500- |
|
|
|
5300106 |
|
30.000- |
30.000- |
|
|
|
5300203 |
|
2.500- |
2.500- |
|
|
|
5300204 |
|
22.980- |
22.980- |
|
|
|
5300215 |
|
5.000- |
5.000- |
|
|
|
5300502 |
|
69.500- |
69.500- |
|
|
|
5300504 |
|
23.500- |
23.500- |
|
Totaal
Openbare ruimte en groen, sport en recreatie |
|
|
|
227.750- |
227.750- |
|
|
|
|
|
227.750- |
227.750- |
|
Cultuur
en monumenten |
7.1 |
5410206 |
|
12.887- |
12.887- |
|
|
7.2 |
5400103 |
|
54.500- |
54.500- |
|
|
|
5400406 |
|
5.000- |
5.000- |
|
|
|
5400407 |
|
6.500- |
6.500- |
|
|
7.4 |
5400703 |
|
47.500- |
47.500- |
|
|
7.6 |
5410108 |
|
5.000- |
5.000- |
|
Totaal
Cultuur en monumenten |
|
|
|
131.387- |
131.387- |
|
|
|
|
|
131.387- |
131.387- |
|
Milieu
en water |
15.0 |
9229331 |
|
59.469- |
59.469- |
|
|
8.1 |
7210202 |
21.469 |
116.469- |
95.000- |
|
|
|
7210206 |
|
48.735- |
48.735- |
|
|
8.5 |
9806301 |
600.000- |
|
600.000- |
|
Totaal
Milieu en water |
|
|
578.531- |
224.673- |
803.204- |
|
|
|
|
578.531- |
224.673- |
803.204- |
|
Economie
en haven |
9.1 |
3100503 |
|
2.500- |
2.500- |
|
|
9.2 |
3100501 |
|
5.000- |
5.000- |
|
|
|
3100902 |
|
26.028- |
26.028- |
|
|
9.3 |
3100401 |
|
300.000- |
300.000- |
|
|
9.4 |
9229135 |
800.000- |
|
800.000- |
|
|
|
9229435 |
|
51.000- |
51.000- |
|
|
9.5 |
9229335 |
|
247.820- |
247.820- |
|
Totaal
Economie en haven |
|
|
800.000- |
632.348- |
1.432.348- |
|
|
|
|
800.000- |
632.348- |
1.432.348- |
|
Facilitair
en bedrijven |
10.1 |
20307 |
|
88.480- |
88.480- |
|
|
10.2 |
20201 |
|
69.752- |
69.752- |
|
|
|
20526 |
|
14.099- |
14.099- |
|
|
|
20527 |
|
9.187- |
9.187- |
|
|
|
9220246 |
228.000- |
325.440- |
553.440- |
|
|
10.3 |
9220203 |
|
24.648- |
24.648- |
|
|
|
9220247 |
|
38.831- |
38.831- |
|
|
10.4 |
8100102 |
600.000- |
56.520- |
656.520- |
|
|
|
9220229 |
|
535.762- |
535.762- |
|
|
|
9228126 |
|
134.715- |
134.715- |
|
|
|
9229429 |
|
38.000- |
38.000- |
|
Totaal
Facilitair en bedrijven |
|
|
828.000- |
1.335.433- |
2.163.433- |
|
|
|
|
828.000- |
1.335.433- |
2.163.433- |
|
Stedelijke
ontwikkeling |
11.1 |
8100303 |
|
4.927- |
4.927- |
|
|
|
8300114 |
510.000- |
|
510.000- |
|
|
11.9 |
6200705 |
|
26.070- |
26.070- |
|
Totaal
Stedelijke ontwikkeling |
|
|
510.000- |
30.997- |
540.997- |
|
|
|
|
510.000- |
30.997- |
540.997- |
|
Bestuur
en concern |
12.1 |
20102 |
|
104.252- |
104.252- |
|
|
|
20520 |
|
32.919- |
32.919- |
|
|
|
9220111 |
|
50.000- |
50.000- |
|
|
|
9220116 |
|
11.315- |
11.315- |
|
|
12.3 |
9220224 |
|
6.000- |
6.000- |
|
|
12.5 |
60103 |
|
6.001- |
6.001- |
|
|
12.6 |
20805 |
|
12.314- |
12.314- |
|
Totaal
Bestuur en concern |
|
|
|
222.800- |
222.800- |
|
|
|
|
|
222.800- |
222.800- |
|
Dienstverlening |
13.1 |
20702 |
|
3.616- |
3.616- |
|
|
13.2 |
30101 |
|
72.014- |
72.014- |
|
|
13.3 |
5410301 |
|
25.775- |
25.775- |
|
|
13.4 |
9229470 |
|
10.000- |
10.000- |
|
Totaal
Dienstverlening |
|
|
|
111.405- |
111.405- |
|
|
|
|
|
111.405- |
111.405- |
|
Algemene
dekkingsmiddelen |
15.0 |
9130103 |
|
700.000- |
700.000- |
|
|
|
9228123 |
|
270.840- |
270.840- |
|
|
|
9228180 |
|
507.158- |
507.158- |
|
|
|
9400101 |
|
121.752- |
121.752- |
|
|
|
9600131 |
|
49.000- |
49.000- |
|
|
|
9600132 |
56.520 |
56.520- |
- |
|
|
|
9600137 |
617.929 |
617.929- |
- |
|
|
|
9600138 |
|
429.174- |
429.174- |
|
|
|
9600180 |
|
840.706- |
840.706- |
|
|
|
9600195 |
|
200.357- |
200.357- |
|
|
|
9800159 |
600.000- |
900.000- |
1.500.000- |
|
|
|
9803101 |
|
- |
- |
|
|
|
9229331 |
|
89.363- |
89.363- |
|
|
|
9228531 |
|
1.000.000- |
1.000.000- |
|
Totaal
Algemene dekkingsmiddelen |
|
|
74.449 |
5.782.798- |
5.708.350- |
|
|
|
|
74.449 |
5.782.798- |
5.708.350- |
|
|
|
|
10.522.082- |
12.300.452- |
22.822.535- |
|
|
|
|
74.449 |
28.948.847- |
39.247.584- |
|
|
|
|
|
- |
|
|
|
|
|
10.522.082- |
12.300.452- |
22.822.535- |
|
|
|
|
10.522.082- |
12.300.452- |
22.822.535- |
|
Effecturen
stelpost |
|
9220145 |
18.950.000 |
|
18.950.000 |
|
Risicomarge |
|
9800147 |
3.872.534 |
|
3.872.534 |
|
Saldo |
|
|
|
|
0 |
Bijlage 2 Moties
en Amendementen
|
Nr. |
|
M/A |
Onderwerp |
|
|
|
Bij kadernota 2012
aangenomen moties en amendementen |
|||||
|
325’ |
Shahsavari-Jansen, Paternotte |
M |
Blauwdruk gemeentelijke organisaties 2015 |
Verzoekt het college 1.Voor de begroting van 2013
de raad een blauwdruk (eindbeeld) te presenteren van de gemeentelijke
organisatie in 2015. 2. hierin onder andere keuzes te presenteren
m.b.t.: a. een takenreductie, b. het
diensten/concernmodel (geen diensten/ minder diensten/ verhouding tot de
stadsdelen), c. het strategsich personeelsbeleid (hoe groot het vaste
personeelbestand en hoe groot de flexibele schil aan personeel en hoe hier
vorm aan te geven); 3. Daarbij tevens een tijdsschema voor implementatie te
presenteren, waarbij het uitgangspunt is dat deze nieuwe gemeentelijke
organisatie op zo kortst mogelijke termijn is ingericht. |
|
|
378' |
Roodink |
M |
Procesinnovaties in beeld |
Verzoekt het college 1. Bij de begroting 2013
in ieder geval in de spelregels en richtlijnen een duidelijk onderscheid te
maken naar: a. personele frictiekosten die direct voortkomen uit uit
afvloeiing van personeel en sociaal plan; b. Kosten die te maken hebben met
reorganisaties zoals ontdubbeling van taken; c. Kosten die te maken hebben
met investeringen in innovatieve manieren van werken. 2. Deze spelregels en
richtlijnen voorafgaand aan der daadwerkelijke bestedingen vast te leggen en
in werking te laten treden; 3. Het verloop van de resterende reserve van 5
miljoen voor incidentele kosten voor procesinnovaties aan de hand van deze
indeling weer te geven; 4. Hierover te rapporteren aan de raad. |
|
|
386 |
Visser, Paternotte |
M |
7 Stadsloketten open van 8:00 tot 20:00 uur |
Verzoekt het college 1. bij de invulling van de
transformatie van 55 gemeentebalies naar 7, 1 per stadsdeel, een
doordeweekse openstelling van 8:00 tot 20:00 uur te betrekken; 2. hierover
terug te rapporteren aan de raad. |
|
|
387 |
Ivens |
M |
Gedwongen ontslagen |
Verzoekt het college 1. zich tot het uiterste in
te spannen om gedwongen ontslagen binnen de ambtelijke organisatie te
voorkomen; 2. indien gedwongen ontslagen toch niet te voorkomen zijn hierover
de raad te rapporteren. |
|
|
410 |
Van Roemburg |
M |
Personeelsbeleid |
Draagt het college op 1. bij het strategisch
personeelsbeleid nadrukkelijk de diversiteit van het gemeentelijke apparaat
als één van de uitgangspunten te handhaven; 2. het streven naar een zo divers
mogelijk gemeentelijk apparaat onderdeel te laten zijn van de doelstellingen
in het kader van hervormingen, bezuinigingen en reorganisaties bij alle
gemeentelijke diensten, organisaties en bedrijven; 3. hierover jaarlijks te
rapporteren aan de gemeenteraad. |
|
|
411' |
Combrink, Van Roemburg |
M |
Afval |
Verzoekt het college om 1. Innovatieve bedrijven,
concepten, buurt- en burgerinitiatieven de ruimte te geven om lokaal duurzame
oplossingen voor (afval)ophaal en hergebruik te ontwikkelen; 2. Bij de
aankomende hervormingen op het vlak van afhaalophaal de afname van luchtvervuiling
door afvalvervoer te waarborgen. |
|
|
433 |
Flos, Van Velzen |
A |
Investeren in toezicht |
Draagt het college op 1. Te realiseren dat in
2013 en 2014 het aantal toezichthouders dat op straat rondloopt om Amsterdam
veilig te houden op het niveau 2012 blijft; 2. Te investeren in
informatiegestuurd toezicht en ook te zorgen dat meldingen van bewoners
gebruikt worden voor de informatiepositie van toezichthouders. 3. Bij de Begroting
2013 een plan te presenteren voor de uitvoering van dit amendement. 4.
Hiervoor een bedrag van 2,5 miljoen in zowel 2013 als 2014 beschikbaar te
stellen. 5. Dekking te vinden door onttrekking van dit bedrag aan de reserve
'meerwaarden afkoopsommen grondbedrijf' |
|
|
436 |
Van Doorninck, Van Velzen, De Soete |
M |
Eén Stad, één Opgave |
De raad spreekt uit dat de operatie 1 stad 1
opgave uitgevoerd dient te worden aan de hand van de criteria van de
Amsterdamse hervormingsagenda en binnen de kaders van het huidige
bestuurlijke stelsel van 7 stadsdelen met een eigen democratisch mandaat verkregen
door lokale verkiezingen |
|
|
Nr. |
|
M/A |
Onderwerp |
|
|
|
Bij Begroting 2013
aangenomen moties en amendementen |
|||||
|
815 |
Visser |
M |
Second opinion investeringen sorteerlijn AEB |
de raad van een second opinion te voorzien
van het voorstel voor het opzetten van een grof afval sorteerlijn voor het
AEB; tot die tijd geen investeringen te doen; hierover vóór 1 januari 2013
aan de raad terug te rapporten. |
|
|
902 |
Drooge, Verburg |
M |
Integrale bezuinigingsmonitor |
de raad van een second
opinion te voorzien van het voorstel voor het opzetten van een grof afval
sorteerlijn voor het AEB; tot die tijd geen investeringen te doen; hierover
vóór 1 januari 2013 aan de raad terug te rapporten. |
|